Sociale kaart 2002

Sociale kaart van de parochies in de gemeente Lingewaard

een blik naar de toekomst, februari 2002


De parochies van:
Angeren: H. Bavo
Bemmel: H.Donatus
Doornenburg: H. Martinus
Gendt: H. Martinus
Haalderen: Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten
Huissen: H.H. Martelaren van Gorcum
Huissen: Onze Lieve Vrouw Tenhemelopneming


Rechts vindt u de inhoud van deze sociale kaart. Klik op een onderwerp om dat onderwerp en mogelijke subonderwerpen te zien.

Inleiding

De sociale kaart van de gemeente Lingewaard is een weergave van pogingen van de parochies in deze gemeente om een beeld te schetsen van de sociale context.

Sinds 2001 vormen de plaatsen Huissen (gemeente Huissen), Gendt (gemeente Gendt) en Angeren, Doornenburg, Haalderen en Bemmel (gemeente Bemmel) de gemeente Bemmel. Medio 2002 wordt de gemeentenaam ‘Gemeente Lingewaard’. In de genoemde plaatsen zijn r.k. parochies (in Huissen 2) aanwezig.

De aanleiding tot het samenstellen van deze sociale kaart is tweeledig. Binnen de parochies werd in verschillende groepen (onder meer in diaconaal beraden en pci-besturen) nagedacht over manieren om als parochie meer en beter in contact te komen met de (sociale) omgeving. Over het algemeen werd geconstateerd dat parochies, en in het bijzonder de Parochiële Caritas Instellingen, het contact met mensen in kwetsbare leefomstandigheden waren kwijtgeraakt. De tweede aanleiding is gelegen in het initiatief van de dekenale dienstverlening diaconie en arbeidspastoraat. Via het gestructureerd en geordend verkennen van de sociale omgeving (sociale kaart) werd deze parochies ondersteuning aangeboden bij het maken van beleid rond de leefwereld van mensen in kwetsbare leefomstandigheden.

Meestal wordt bij diaconie de drieslag gemaakt: ‘Zorg, Solidariteit of Strijd, en Verzoening of Vergeving’. Solidaire betrokkenheid bij mensen in kwetsbare leefomstandigheden betekent voor een parochie dat actief werk gemaakt wordt van beïnvloeding van degenen die veranderingen kunnen aanbrengen. Over het algemeen is dit de politiek. Landelijke – en plaatselijke overheden zijn de eerst aanspreekbaren aangaande het welzijn en welbevinden van mensen. Het KASKI (Katholiek Sociaal-Kerkelijk Instituut) adviseert parochies dan ook (in een rapportage over dekenaal beleid in het dekenaat Het Groene Hart) om op het niveau van de plaatselijke overheid (burgerlijke gemeente) invloed uit te oefenen. Dit heeft als consequentie dat alle parochies, die tot een bepaalde burgerlijke gemeente behoren, samenwerken.

Het samenwerken van de parochies is van meet af aan meegenomen in de doelstellingen van deze sociale kaart. De parochies in dit gebied kenden al een voorzichtige vorm van samenwerking (Huissen – Angeren; Gendt – Doornenburg; Bemmel – Haalderen) met daarin erkzaam 3 pastoresteams van ieder 2 pastores. Deze pastoresteams hadden jaarlijks een gezamenlijke ontmoeting; de teams van Bemmel – Haalderen en Gendt – Doornenburg ontmoetten elkaar regelmatiger.

In deze kaart is dus een poging ondernomen om 7 parochies te laten samenwerken. Dat dit leidde tot complicaties (ook in het verzamelen van informatie) is dan ook niet verwonderlijk. Een eerste complicerende factor is de ongelijktijdigheid van de parochies. Niet alle parochies waren in dezelfde mate overtuigd van het nut en de noodzaak van een sociale kaart en van een actieve betrokkenheid bij de plaatselijke gemeenschap. De erfenis van een gedegen sociale kaart, waaraan door een kleine groep intens gewerkt is maar waarmee in het pastorale beleid niets mee gedaan is, speelde bijvoorbeeld de parochie in Gendt parten om enthousiasme op te brengen voor deze onderneming. Een tweede complicerende factor is de onderlinge verstandhouding van pastores. Concluderend kan gesteld worden dat een proces, zoals in deze sociale kaart ondernomen is, pas kans van slagen heeft als alle pastores op z’n minst het nut en de noodzaak ervan in zien en, naar eigen vermogen – interesse en verantwoordelijkheid, bereid zijn een bijdrage te leveren aan de realisatie ervan. Een derde complicerende factor is het werven van vrijwilligers. Om te voorkomen dat parochiële vrijwilligers extra belast zouden worden, was als uitgangspunt genomen dat het samenstellen van de sociale kaart zo veel mogelijk zou plaatsvinden met ‘nieuwe’ vrijwilligers. Over het algemeen is dit niet gelukt. Óf het onderzoek is gedaan door vrijwilligers die reeds vele andere taken hebben óf er werden geen vrijwilligers gevonden waardoor bepaalde thema’s niet of slechts gedeeltelijk verkend zijn. Een laatste complicerende factor is het feit dat door het vertrek van de dekenale arbeidspastor de ondersteuning vanuit de dekenale dienstverlening niet optimaal gerealiseerd kon worden.

Tot slot is het van belang te onderstrepen dat van meet af aan de coördinatiegroep en de (parochiële) werkgroepen in gesprek zijn geweest met de parochiebesturen; om mandaat voor het onderzoek maar ook om garantie te krijgen dat de aanbevelingen, zoals die zijn neergeschreven in deze sociale kaart, mede van invloed zijn op het toekomstige pastoraal beleid van de parochies. En wij houden de parochiebesturen aan dit uitgangspunt. Dit betekent dat de coordinatiegroep een vinger aan de pols blijft houden rond de concrete uitwerkingen van de aanbevelingen.

Samenwerkingsverbanden

Angeren - Huissen

De geschiedenis van Angeren

Tegen het einde van de negende eeuw verschijnt er een eerste vermelding van een kerk in Angeren. Angeren was door de natuurlijke loop van de Rijn een havenplaats en daardoor zeker niet de geringste onder de middeleeuwse dorpen. Daardoor was er reeds vroeg een stenen kerkgebouw. Vermoedelijk is de eerste bewoning rond 700 begonnen. Angeren mag zich daarom ook de plaats noemen met de oudste bewoning en de oudste kerk in onze nieuwe gemeente. (Daarbij moet natuurlijk wel opgemerkt worden dat Ressen veel oudere papieren heeft). Doordat de loop van de Rijn aan verandering onderhevig was heeft Angeren zijn havenplaats verloren en bleef het een klein boerendorpje in de Over-Betuwe. In tegenstelling tot Huissen behoorde Angeren tot Gelderland, maar doordat het zo dicht tegen Huissen aanligt hebben de inwoners van Angeren zich altijd nauw verbonden gevoeld met Huissen. Tijdens de reformatie gingen de katholieken dan ook in Huissen naar de kerk.

Alhoewel de parochie weer in 1799 werd opgericht kon men pas in 1844 weer over een eigen kerk beschikken. Evenals Huissen werd ook Angeren getroffen door de slag bij Arnhem en moest de bevolking vluchten. Na de oorlog kwam ook hier langzaam maar zeker een economische opleving en groeide het dorp. Waren het voorheen vooral kleine boeren, arbeiders op de steenfabriek of werkzaam op de Akzo in Arnhem, nu begonnen de kinderen zich verder te scholen en kwam er ook ander werk in zicht.

In de laatste jaren is er een kleine nieuwe wijk verschenen en alhoewel de bevolking graag wil dat Angeren verder doorgroeit naar een inwonersaantal van 4000 is het beleid van de provincie erop gericht om in dorpen niet teveel te bouwen, zeker geen grote nieuwe wijken. Daardoor zal de groei van Angeren in de toekomst bescheiden zijn.

De geschiedenis van Huissen

In 814 wordt voor het eerst de naam van Huasenheim gebruikt, het is de eerste vermelding van de plaats Huissen waar een kleine groep mensen zich gevestigd hebben. Een houten kerkje ontstond er in de negende eeuw. In de dertiende eeuw verkreeg Huissen de tolrechten voor de overtocht over de Rijn. Dit was belangrijk voor de verdere ontwikkeling van het kleine stadje. Een andere belangrijke ontwikkeling was dat Huissen een Kleefse enclave was in Gelderland. Het betekende dat Huissen een aparte status had ten opzichte van de omringende dorpen en steden. Pas in 1816 kwam er een einde aan de aparte status van Huissen, vanaf dat jaar behoorde Huissen definitief bij Nederland. Door zolange tijd een eigen enclave geweest te zijn was het economisch zeer slecht toeven in Huissen. De bevolking was arm, het besturen van het kleine stadje werd als zeer moeilijk beschouwd en de publieke gebouwen verkeerden in een zeer slechte toestand. De bevolking leefde voornamelijk van de tabaksteelt. Pas vanaf het midden van de negentiende eeuw kwam er langzaam maar zeker een verandering in de situatie. Er verschenen de eerste steenfabrieken, weliswaar was het daar hard werken, maar het bracht economische vooruitgang. Evenzeer droeg de ontwikkeling van Arnhem bij tot een extra afzetgebied voor Huissen.

De tuinbouw betekende ook een extra impuls voor de economie. Huissen ontwikkelde zich langzaam maar zeker. Totdat in de twintigste eeuw de tweede wereldoorlog uitbrak. Vooral de slag om Arnhem heeft diepe sporen nagelaten in de bevolking en in de stad. De gehele bevolking werd geëvacueerd en kon pas na de oorlog terugkeren.>

Na 1945 vond de wederopbouw plaats. Vooral de tuinbouw was een stimulerende factor voor de economische ontwikkeling. Vanaf 1970 werd de Zilverkamp gebouwd en zo groeide Huissen langzaam maar zeker ook qua bevolkingsaantal. Ook voor de eerste jaren na 2000 wordt voorzien in nieuwe woonwijken, Binnenveld, Bloemstraat en het gebied tussen de Zilverkamp en de Hofmeesterij moeten garant staan voor vele nieuwe inwoners. Het staat te verwachten dat het inwonersaantal van ongeveer 16.000 zal stijgen tot over de 20.000.

Jongeren

Tot een vijf jaar geleden was er binnen de drie parochies van Huissen en Angeren nog sprake van jongerenpastoraat. Voorheen was dat “Praatpaal” onder leiding van Theo Koster, later werd dat jongerenpastoraat voor het Zand en Angeren gezamenlijk en voor Huissen-Stad afzonderlijk. Uiteindelijk was de animo onder jongeren dermate klein geworden dat de parochies geen aanbod meer doen.

De problematiek van de jongeren is verschillend tussen Angeren en Huissen.

Binnen Angeren zijn er buiten het rijke verenigingsleven eigenlijk geen initiatieven voor jongeren. Er is een tijd geweest dat veel jongeren zich ophielden rond en in het Dorpshuis. Met name door de beheerders werd deze groep gecontroleerd zodat er geen vervelende zaken plaatsvonden. De laatste tijd wordt deze groep minder gezien.

Voor de oudere jongeren is het een groot gemis dat er geen uitgaansgelegenheid is binnen de onmiddellijke omgeving, enkel en alleen de danslessen in de Valom en in Gendt zijn er nog. Om uit te gaan is de stap naar Arnhem groot.

Ditzelfde geldt ook voor de jeugd in Huissen, toch is hier wel een aktief beleid vanuit de gemeente. Een rondrijdende bus dient als opvang en als tegenhanger voor de “hangplekken”, ook het jongerencentrum ‘Jota’ biedt veel en afwisselende aktiviteiten.

Het mag duidelijk zijn dat de parochies weinig tot geen contacten hebben met de jeugd. Alleen via het vormsel is er nog een zeer beperkte groep bereikbaar, ook het jongerenkoor in Huissen-Zand biedt nog enige mogelijkheid.

Statistieken

 Aantal personen in huishouden   Angeren  Het Zand  De oude Stad  De Zilverkamp 
Een17 %13 %44 %20 %
Twee28 %24 %28 %26 %
Drie19 %20 %12 %19 %
Vier38 %33 %16 %36 %
 Bruto gezinsinkomen  Angeren  Het Zand   De oude Stad  De Zilverkamp 
Beneden normaal27 %25 %36 %21 %
Ongeveer modaal46 %38 %38 %32 %
1.5 x Modaal17 %18 %12 %27 %
2 x Modaal/hoger10 %18 %12 %18 %
 Opleiding hoofdkostwinner   Angeren  Het Zand   De oude Stad  De Zilverkamp 
LO/LBO44 %42 %48 %26 %
MAVO/MBO40 %32 %29 %31 %
HAVO/VWO4 %3 %3 %6 %
HBO/WO12 %21 %17 %34 %

Uit verdere vergelijkingen valt op dat de culturele belangstelling in Angeren het geringste is en het hoogst is op de Zilverkamp, vanzelfsprekend eigenlijk geldt dit ookvoor o.a. het leesgedrag.

(cijfers zijn op te vragen bij het statistisch woordenboek en bij vtwonen)

Huissen Stad 5548 ParochianenDoopEerste Communie VormselHuwelijkOverlijden
199083  24 
199176  17 
19927975 28 
199373675610 
1994528863745
19954966381055
1996516630460
19974273381055
19982567161350
19993959211641
20003454 1359
Huissen Zand 2473 Parochianen DoopEerste CommunieVormsel HuwelijkOverlijden
1990403223821
19913524281025
19923732271234
19934433221029
1994302226826
19952912 1325
19962729161015
19972734161116
19983148151128
1999363415824
20003034131327
Angeren 2015 Parochianen DoopEerste CommunieVormsel HuwelijkOverlijden
1990143027921
1991152235612
1992242230217
1993192122520
1994251823819
19952516 911
19962717171012
1997181618513
19982818151117
1999202216815
20002520 1116

Ouderen

Zoals al eerder opgemerkt is er in de toekomst met name een vergrijzing onder de bevolking te constateren in Angeren. Zowel in Angeren als in Huissen is er een actief beleid ten opzichte van de ouderen, de KBO., de S.O.A. (Stichting Ouderen Angeren) bieden een breed scala van mogelijkheden aan voor ontspanning en ontplooiing. Ook vanuit de gemeente wordt aan actief beleid ontwikkeld om ouderen met raad en daad bij te staan.

In Angeren zijn veel ouderen betrokken bij de S.O.A., daardoor is er ook een fijnmazig netwerk waardoor vereenzaming wordt tegengegaan. Toch betekent dit niet dat er geen ouderen tussen wal en schip vallen.

Datzelfde geldt in versterkte mate voor Huissen. De autochtone Huissenaar vindt meestal zijn weg wel via de van oudsher opgebouwde contacten. Maar de verstedelijking en het groter worden van Huissen betekent dat er steeds meer anonieme mensen komen wonen die ongezien vereenzamen.

Binnen Huissen is er ook het verzorgingshuis “Sancta Maria”, deze heeft naast de bewoning, de aanleunwoningen ook een belangrijke functie voor de dagopvang en “tafeltje dekje”.

De drie parochies hebben nog veel contacten en mogelijkheden om met de oudere parochianen op te trekken. Met name de ziekenbezoekgroepen, de al eerder genoemde ouderenverenigingen en de Zonnebloem zorgen voor voldoende mogelijkheden tot contact. Maar door het minder aantal pastores zal de pastorale begeleiding onder steeds grotere druk komen te staan.

Werkgelegenheid en bevolkingsgroei

De werkgelegenheid was in Huissen in 1999 als volgt verdeeld:

SectorenGemeenteGelderland
Landbouw en visserij11.9 %6.0 %
Industrie20.9 %16.3 %
Bouwnijverheid9.5 %6.7 %
Handel22.8 %18.6 %
Horeca3.8 %4.0 %
Vervoer, opslag en communicatie7.2 %5.1 %
Financiële dienstverlening2.4 %3.3 %
Zakelijke dienstverlening6.7 %11.8 %
Openbaar, bestuur, onderwijs, gezondheidszorg en overige dienstverlening14.7 %28.2 %

Van Angeren zijn er helaas geen cijfers beschikbaar, des te meer te betreuren omdat Angeren zich in rap tempo ekonomisch aan het veranderen is, in die zin dat vroeger het merendeel van de bewoners werkzaam was in de landbouw en veeteelt, met vooral in de jaren ‘50 tot ’90 een baan erbij omdat het vaak kleine boerenbedrijf niet voldoende inkomen gaf voor het gezin. De huidige generatie van dertigers en veertigers zijn werkzaam op vele andere terreinen, vooral in Arnhem en Nijmegen.

Het aantal varkensbedrijven is in de laatste jaren sterk gedaald en de verwachting is dat er over een 10 jaar nog maar twee of drie zullen bestaan. De milieuwetgeving en de ontwikkeling van de Gelderse poort als natuurgebied maken het voor de varkensboeren niet gemakkelijk om zich te handhaven.

In Huissen is het aantal tuinders ook afgenomen, de ontwikkeling van de industrie, de sterke woningbouw zullen in de toekomst voor een verdere afname zorgdragen. Ondanks de ontwikkeling van het kassengebied “Bergerden” is er in de Over-Betuwe steeds minder ruimte voor tuinders en boeren.

De woningvoorraad in Huissen zal in de komende jaren nog sterk stijgen zoals hierboven al reeds gememoreerd is. Was deze in 1995 nog rond de 5600, in 2005 zal deze gestegen zijn tot ongeveer 6500 om daarna nog verder te stijgen tot in 2015 het vermoedelijke plafond zal zijn bereikt van ongeveer 7200 woningen.

In Angeren zal men rond de 3000 inwoners blijven steken.

Bemmel - Haalderen

De geschiedenis van de H. Donatuskerk Bemmel

In 1795 werd de Republiek van de Zeven Verenigde Provinciën, met hulp van de Fransen, omgevormd tot de Bataafse Republiek en in 1806 werd dit het Koninkrijk Holland genoemd. In 1795 werden kerk en staat gescheiden en vrijheid van godsdienst werd in de grondwet verankerd. Katholieken konden weer functies bekleden in het openbare leven. Het kerkgenootschap met de meeste leden in een stad of dorp kon aanspraak maken op de bestaande kerk. In Bemmel, waar een duidelijke katholieke meerderheid was en is gebleven, is het nooit zover gekomen dat de katholieken hun eigen Sint Benignuskerk terug konden krijgen. Deze bleef in bezit van de Nederlands Hervormde Kerk.Eind december 1795 telde Bemmel, inclusief Haalderen en Ressen, 1200 katholieken. Tot 1795 werden de liturgische vieringen gehouden in een schuur, die van binnen omgebouwd werd als noodkerk.

In 1803 werd met rijkssubsidie een zogenaamde “waterstaats-kerk” gebouwd. De bouw vond plaats naar geadviseerde architectuur van rijkswaterstaat, op de plaats waar de vroegere Mariaschool stond.

In 1853 werd de Nederlandse R.K. Kerkprovincie voltooid, met als aartsbisschop Mgr. Joh. Zwijsen, in verbondenheid met de wereldkerk te Rome. Pastoor J.A.C. Willemsen was de eerste benoemde priester van de Bemmelse H. Donatusparochie.

Op 7 augustus 1873, feestdag van de Heilige Donatus, werd de nieuwe kerk, op het landgoed “De Poll” en “Beringen”, in gebruik genomen, met het koetshuis als pastorie. (Architect de heer H.J.Wennekes uit Zutphen).

De afscheiding van de Haalderse parochie had plaats in 1933. Haalderen bouwde haar eigen parochiekerk en met pastoor T. v.d. Weij bouwde men aan een eigen geloofsgemeenschap.

Kort voor “bevrijdingsdag” op 5 mei 1945 werd de kerk van Bemmel in puin geschoten door Duitse soldaten. Ook de pastorie had veel geleden en van het interieur van de neogotische kerk bleef niet veel over. In 1946 (2700 katholieken) begon de wederopbouw van de kerk. Gedurende deze opbouw werden de erediensten gehouden in de zaal van het sanatorium “Wilhelminapaviljoen”, waar nu de Coöp supermarkt staat. De kerk was in 1950 hersteld en kon weer in gebruik worden genomen. De Toren werd in 1950 opgebouwd.

Sinds 1997 werkt de Donatus Parochie samen met de Parochie Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten te Haalderen. Deze samenwerking blijkt o.a. uit het feit dat zij 2 pastores benoemde voor de beide parochies. Op dit moment wordt er gewerkt aan een verder gaande samenwerking ook met de parochies van Gendt en Doornenburg.

WERKGROEPEN

LiturgieKatechese
Lectoren
Misdienaars
Kostergroep
Collectantencollege
Herenkoor
Dameskoor
Jeugdkoor
Gemend koor In Voice
Werkgroep Avondwake
Werkgroep Bloemversiering
Werkgroep 1ste Communie
Werkgroep Vormsel
Werkgroep Dopen
Werkgroep Kinderwoorddienst
Werkgroep Zeven Tekens rond de bron
DiaconieOpbouw
PCI-bestuur
Kerkradio
Bezoekersgroep verpleeghuizen
Ziekenbezoek ziekenhuis
Werkgroep Vastenactie
H. Communie thuis
Kerkbestuur
Commissie Kerkhofzaken
Commissie beheer en onderhoud
Welkomstgroep nieuwe inwoners
Kerkledenadministratie
Kerkbalans
Redactie Kerkberichten
Gastvrouwen Parochiecentrum
Onderhoud Kerkinterieur

CIJFERS VOLGENS PAROCHIE ADMINISTRATIE

Parochianen199920002001
0 t/m 6385406395
7 t/m 64392843324031
65 en ouder216241217
Totaal aantal geregistreerde parochianen540456635617
Parochianen199920002001
Dopen516263
Eerste Communie685758
Vormsel1086253
Huwelijk tussen 2 rk14119
Huwelijk tussen 1 rk en niet rk christen 1 
Huwelijk tussen 1 rk en niet christen 1 
Overleden504544
Begraven3733 
Crematies1313 

Nieuwe wijken

Bemmel en Haalderen kennen een aantal nieuwbouwwijken. Met name de laatste jaren is er hard gebouwd aan woningbouw; in Haalderen “De Halden” en in Bemmel: “Klein Rome”, “Klaverkamp” en “Essenpas” en een gebied tussen Bemmel en Haalderen. Gedeeltelijk ligt deze wijk binnen de parochie grenzen van de Parochie Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten te Haalderen.

Over onderstaande punten zou in eerste instantie oriëntatie plaatsvinden:

  1. Wat gebeurt er vanuit de parochie, NH- gemeente en burg. Gemeente?
  2. Welke behoeften leven er?
  3. Gesprekken met nieuwe bewoners over o.a. leefbaarheid
  4. Wat zijn uw ervaringen in uw nieuw dorp?

Ad. 1

* contact geweest met pastor C. Peters. Momenteel is er geen werkgroep “welkom nieuwe parochianen”. Is in het verleden wel geweest. Momenteel zijn er geen specifieke activiteiten om nieuwe bewoners van de nieuwe wijken bij het parochiegebeuren te betrekken.

* contact geweest met Dhr. P. van den Hamer (hoofd. Soc. Zaken gemeente Bemmel) en met het publieksbureau van de gemeente Bemmel. Nieuwe bewoners ontvangen, bij inschrijven in de gemeente Bemmel, een informatiepakket met diverse voorlichtende folders.
Zoals;afvalwijzer, plattegrond van de gemeente, gemeentelijke belastingen, info over de Kinkelenburg, VVV gids, etc, etc. Het informatiepakket is, vanwege de gemeentelijke herindeling, enigszins gedateerd. Na 1 januari 2001 zal het pakket geactualiseerd worden.

Afgelopen jaren zijn er incidenteel per wijk informatiebijeenkomsten gehouden. Het betrof dan door projectontwikkelaar georganiseerde bijeenkomsten voor de pot. nieuwe bewoners. Onderwerpen; infrastructuur, start en oplevering woningen ed. Van de kant van de gemeente worden geen initiatieven genomen om nieuwe bewoners op de een of andere manier beter cq. sneller te socialiseren in hun nieuwe woonomgeving.

Ad. 2 t/m 4 Nog geen concrete acties ondernomen.

Huidige situatie

Beleid:
Het Kerkbestuur van de Donatusparochie heeft in 2001 de betrokkenheid bij de bewoners van de nieuwe wijken prioriteit gegeven. Dit heeft tot gevolg gehad dat er een werkgroep is geweest die een parochiegids heeft samengesteld. Hierin staat enige algemene informatie over de gemeenschap, de werkgroepen, beleid en activiteiten vermeld. In een aparte bijlage zijn contactadressen van de diverse groepen en personen vermeld. Voor de zomervakantie hebben vrijwilligers bij alle geregistreerde parochianen een gids bezorgd.

Welkomstgroep nieuwe inwoners:
Er is inmiddels een werkgroep samengesteld die nieuwe inwoners welkom zal gaan heten. Er zal informatie voer de parochie worden aangereikt en gevraagd worden of men in de kerkledenadministratie ingeschreven wil worden. De eerste actie zal zijn bij de bewoners van de wijk “Klaverkamp”. Op basis van o.a. deze ervaringen zal er een plan gemaakt worden voor andere wijken.
Met de Gemeente Bemmel zal overleg plaats gaan vinden in hoeverre parochie informatie met de gemeentelijk informatie verzonden kan gaan worden. Deze werkgroep kan een belangrijke schakel zijn in het eerste of hernieuwde contact met de parochie en de bewoners. Ook kunnen zij (zingevings-) vragen en wensen van deze mensen op het spoor komen.

De Essenpas:

De eerste bewoners zullen begin 2002 hun huizen intrekken. De parochies Bemmel en Haalderen zullen hier met één werkgroep een plan van aanpak maken. De bewoners van deze wijk kunnen zelf aangeven of zijn in de parochie van Haalderen of Bemmel in geschreven willen worden.

Armoede

Na een eerste verkenning blijkt het moeilijk te zijn om een helder beeld te schetsen rond dit thema. Er is contact geweest met de gemeente Heteren. Daar is een informatieboekje uitgegeven over ‘bijzondere uitkeringen’. Het bevat een schat aan informatie voor de doelgroep die aangewezen is op o.a. Declaratiefonds, Huursubsidie, Wet voorziening gehandicapten. De werkgroepleden vinden dat de gemeente Bemmel ook een dergelijke informatie brochure zou moeten samenstellen.

Verder hebben zij contact gehad met de werkgroep Sociale kaart in Gendt/Doornenburg.

Er is vooral opgewezen dat er een nieuwe naam is voor het Platform gehandicapten: “De Tussenstroom”.
Dit is een belangenvereniging voor gehandicapten in de Gemeente Bemmel. Er is een telefonisch spreekuur en een mogelijkheid tot bezoek. Het kantoor adres in gemeenschapshuis “De Kinkel”. Men wil mensen ondersteunen bij allerlei zaken rond aanpassing van woning en de wegwijzen in subsidies en regelgevingen.

Gebleken is dat er onder de mensen nog veel onduidelijkheid is en men niet weet wanneer met voor bepaalde regelingen in aanmerking komt. Communicatie met name vanuit de gemeente wordt van belang geacht. De Kerken kunnen een eigen rol vervullen bij het op de agenda plaatsen van het thema.

ARMOEDE NEEMT AF

Uit recente onderzoeksgegevens van o.a. het CBS blijkt dat het aantal mensen met een laag inkomen de afgelopen vijf jaar met circa eenderde is gedaald. (“Armoedemonitor 2001”).>

Mede doordat het nieuwe belastingstelsel dit jaar van kracht is geworden, kon het aantal lage inkomens tussen 1996 en 2001 dalen van 16% naar 11% van alle huishoudens. Daarnaast heeft vooral het inkomensbeleid van het paarse kabinet ten aanzien van gepensioneerden veel effect gehad bij het terugdringen van armoede.

Hoewel het totale aantal arme mensen is gedaald, blijft de armoede scheef verdeeld in Nederland. Vooral veel allochtone gezinnen kampen met het armoedeprobleem. Van alle allochtone huishoudens heeft bijna 40% een laag inkomen. Bovendien is een op de zes gezinnen met een langdurig laag inkomen allochtoon.

Van alle kinderen onder de achttien jaar leeft nog altijd 15 % in een relatief arm gezin. In totaal zijn dat 507.000 kinderen. Eenderde van deze groep leeft al minstens vier jaar in eenoudergezinnen met een laag inkomen.

ARMOEDE EN LEEFOMSTANDIGHEDEN

Een laag inkomen betekent voor individuen meer dan alleen relatief weinig geld. Het heeft ook gevolgen voor de omstandigheden waarin mensen leven. Zo is de kwaliteit van de woonomgeving van mensen onder de lage-inkomensgrens minder gunstig dan die van mensen met een hoger inkomen.

Verder voelen mensen met lage inkomens zich vaak minder veilig. Ze zijn echter niet vaker slachtoffer van veel voorkomende criminaliteit.

Arme mensen hebben bovendien meer gezondheidsproblemen. Ook hun medicijnverbruik is wat hoger. Zij verschillen echter niet van personen met een hoger inkomen wat betreft riskante gewoonten, zoals ernstig overgewicht en zwaarder drinkgedrag. Zij roken daarentegen wel vaker.

Gemiddeld zijn personen met een laag inkomen dus ook wat betreft hun leefomstandigheden slechter af dan personen met een hoog inkomen. De verschillen zijn het grootst wanneer het gaat om de kwaliteit van de woning en de woonomgeving en om het welbevinden. Wat gezondheid en leefstijl aangaat, is het gemiddelde verschil tussen armen en rijken wat kleiner. Dat geldt ook voor maatschappelijke participatie, zoals sociale contacten en deelname aan verenigingen. Opmerkelijk genoeg is het verschil tussen beide inkomensgroepen het kleinst voor de materiële welvaart, aldus CBS/SCP, Armoedemonitor 1999.

Jongeren in de gemeente Bemmel

Teneinde zicht te krijgen op mogelijkheden van pastoraat onder en met jongeren is er een gesprek gevoerd met een schooldecaan. Deze decaan is betrokken bij zijn werk en geeft aan dat jongeren zeker zoekende zijn. Veel gehoorde vragen zijn~ hoe kan ik mijn toekomst invullen en het zoeken naar de eigen identiteit. De decaan gaf aan dat jongeren bereid zijn te spreken over hun problemen met de vertrouwenspersonen op scholen (meestal een jeugdarts of een jeugdverpleegkundigen de decaan, de vertrouwenscommissie en de vrienden en vriendinnen). De jongeren gaven niet aan behoefte te hebben aan pastorale ondersteuning.

Tevens is een rapport opgevraagd bij de gemeente Bemmel “Iventariserend onderzoek integraal onderwijskansenbeleid gemeente Bemmel'.

Na lezing van het rapport blijkt dat met de pastores van Bemmel/Haalderen een gesprek heeft plaatsgevonden. Uit dit gesprek is in tabel 12 op pagina 14 en overzicht gegeven van het aantal betrokken jongeren. Er zijn 40 kinderen lid van het kinderkoor. In de totale gemeente tevens uit~ van de Nederlands Hervormde gemeente zijn in totaal l44 kinderen/jongeren actief.

In de bijlage is een kort stukje opgenomen over het kerkelijk leven in de Bemmelse gemeenschap. Gesteld wordt dat er weinig gebeurt op het gebied van kerkelijke jeugd en jongerenwerk. Er zijn diverse kinder-, jeugd-. en jongerenkoren actief Verder wordt op scholen aandacht geschonken aan de sacramenten en riten zoals communie het vormsel. kerstvieringen etc.

Soms komen jongeren bijeen in een jongerenclub zoals bij de Ned. Hervormde Kerk te Ressen of gedurende avonden die de RK gemeenschap organiseert bij het verlaten van de basisschool.

Bij lezing van de notitie valt op dat het pastoraat nergens in de hulpverlening wordt genoemd. Wel de reguliere hulpverlening zoals medische en verpleegkundige zorg, begeleiding door een jongerenwerker, begeleiding door buro Halt etc. Dit is opvallend omdat het pastoraat en zeker het jongerenpastoraat wellicht bij vragen ten aanzien van levensbeschouwing en identiteit een rol kan spelen. Mogelijk dat via het JIJ (jeugd informatie punt) gevestigd in de bibliotheek informatie over pastorale zorg kan worden gegeven. Tevens zou dit via de medische en verpleegkundige zorg op de middelbare school gedaan kunnen worden.

Het advies is om eerst eens te inventariseren bij de gemeente, en met name bij de ambtenaren die betrokken zijn bij de ontwikkeling van het jeugdbeleid, waarom de pastorale zorg niet in het rapport tot uitdrukking komt. Mogelijk is men te weinig bekend met wat jeugdpastoraat te bieden heeft.

Verder wordt geadviseerd voorzichtigheid te betrachten bij het benaderen van jongeren. Uit de evaluatiegesprekken blijkt dat (zie bijlage 111 pagina 61) veel jongeren een religieuze achtergrond hebben maar niet praktizerend zijn.

Uit het rapport blijkt tevens dat het lang duurt voordat een vertrouwensband met jongeren is opgebouwd. Met name groepen die reeds eerder hun neus hebben gestoten zijn moeilijk benaderbaar. Het ijs wordt gebroken met eenvoudige recreatieve contacten.

Randgroeperingen en jongeren die dreigen te ontsporen komen in de Bemmelse gemeente niet of nauwelijks voor. De individuele gevallen worden intensief maar individueel begeleid door de daarvoor aangewezen instantie (buro Halt etc).

Door de gemeentelijke herindeling is het wellicht mogelijk te gaan praten met de pastores uit Angeren en Huissen. Theo Koster o.p. is zeer actief op het gebied van jongeren- en studentenpastoraat en in het begeleiden van individuen.

Zie ook: rapport is aanwezig ophet pastoraal centrum in Bemmel.

Ouderen in Halderen

Leefbaarheid van de woonomgeving, zoals veiligheid enz.

Trottoirs liggen er zeer slecht bij.Moeilijk begaanbaar voor ouderen, vooral met rollators is het helemaal niet te doen. Bovendien vaak hondenpoep op de trottoirs. Auto’s geparkeerd op de trottoirs en ‘s winters ook nog sneeuw op de stoep.

Auto’s en bromfietsen rijden in de bebouwde kom (o.a. Domakker) nog veel te hard.

Maximum snelheid van 30 km helpt niet. Deze wordt dik overschreden. Misschien dat het leggen van echte drempels op de weg kan helpen. Of meer politie op straat, die bonnen uitschrijft. De van der Mondeweg oversteken is (ook na de reconstructie) nog steeds zeer gevaarlijk. Dit geldt voor iedereen, maar speciaal voor ouderen. Het duurt bovendien veel te lang voor dat men over kan steken. Een mogelijke oplossing: minstens op twee plaatsen een stoplicht plaatsen.

Wat zijn behoeften op sociaal en maatschappelijk gebied.

Er ontbreekt een eigen huisartsenpraktijk in Haalderen of tenminste een dependance daarvan.(Misschien voor een paar uur per dag) Dit geldt ook voor bankzaken. (de Rabo-bank heeft zijn vestiging in Haalderen opgeheven.

Men moet nu steeds naar Bemmel.Dit is voor ouderen zeer lastig en omslachtig ivm o.a. vervoer. Men is steeds op andere personen aangewezen.

Dit geldt ook voor boodschappen doen. In Haalderen zijn bijna geen winkels meer. Men is dus aangewezen om dit nu buiten Haalderen te doen. Maar dan zitten de ouderen weer met het vervoer.

Financiële situatie.

Er zijn best ouderen, die tot de doelgroep minima behoren.Zij schamen zich om hulp te vragen of de hand op te houden. Hier is moeilijk achter te komen. Men geeft zich niet gemakkelijk bloot. Voor deze groep kent Gemeente Bemmel de volgende uitkeringen (regelingen):

  1. Bijzondere Bijstand
  2. Declaratiefonds (w.o. vergoeding voor Kerktelefoon tot 75 %)
  3. Vergoedingen aan langdurige minima.
  4. Wet voorziening gehandicapten (ouderen)
  5. Vrijstelling Gemeentelijke Belastingen.
  6. Huursubsidie.

Opmerking:
De bovengenoemde regelingen zijn bij de meeste ouderen niet bekend en ze reageren daardoor helemaal niet. De Gemeente moet hierover meer “persoonlijke” informatie aan hen verstrekken, zodat de ouderen meer wegwijs gemaakt worden in welzijnsland en dan weten waar zij terechtkunnen met hun financiële problemen.

Alleenstaanden en het probleem van eenzaamheid.

Alleenstaanden en ouderen met een zeer laag inkomen kunnen niet deelnemen aan sociaal-culturele activiteiten en raken zodoende in een sociaal isolement. Het declaratiefonds kan hiervoor een oplossing bieden. Maar dit moet wel bij hen bekend zijn.

Zie ook opmerking bij financiële situatie.

Welke bezigheden, ontspanningsmogelijkheden zijn er.

‘Bejaard maar Jong’ organiseert iedere week een Soos-middag voor ouderen vanaf 55 jaar. Men kan dan o.a. een kaartje leggen, koersballen, biljarten en kletsen/babbelen. Er worden ook af en toe Bingo’s gedraaid, waarbij dan kleine prijsjes te winnen zijn. Men organiseert ook uitstapjes met de bus, fietstochtjes en ook een Kerst- en Paasviering

Leeftijdsindeling per 01-01-2001 gemeente Bemmel

LeeftijdMannenVrouwen Totaal (1)Percentage (2)Gemiddel.
0 t/m 14 jaar145107252159180
15 t/m 24 jaar8978167106112
25 t/m 44 jaar288256544343317
45 t/m 64 jaar245216461291258
65 t/m 79 jaar62651278099
80 jaar en ouder841743158410001000

(1) Bron: Kerkbestuur Haalderen

(2) Gemeente Bemmel. Bron: CBS/Bewerking Dienst REW, Prov. Gld.>

Welke voorzieningen zijn er.

Eenmaal in de maand is er voor eenzamen en ouderen, die niet de wekelijkse soos bezoeken een koffiemorgen van 10.00 tot 11.30 uur. Op verzoek wordt men ook nog opgehaald en thuisgebracht

Opmerking:
Misschien dat het dorpshuis de Tichel in de toekomst overdag vaker open kan zijn, zodat de ouderen en eenzamen dan vaker een kaartje kunnen leggen, biljarten, koersballen enz.<

Wat kan de parochie/kerk voor deze doelgroep eventueel betekenen.

De parochie/kerk kan samen met o.a. de Vincentiusvereniging en PCI veel aandacht wijden aan de concrete noden en behoeften van ouderen en eenzamen en daardoor bij dragen aan het bevorderen van de sociale rechtvaardigheid. Men denkt dan ook aan o.a.: Kleine reparatiewerkzaamheden aan huis bij ouderen en eenzamen en op hun verzoek het invullen van formulieren voor een e.v.t. uitkering van de Gemeente’ die genoemd zijn onder punt 3.

Er bestaat verder ook nog een Bezoek- en Oppas Service (het Bos-project).

Hier kunnen personen, die een dementerende familielid; een langdurige zieke, of gehandicapte ouderen verzorgt, beroep op doen. Als deze personen een keertje tijd voor zich zelf nemen, om bijv. te winkelen, vrienden bezoeken of om er op een andere manier eens lekker uit te zijn. Dit kan alleen als men zijn/haar familielid met een gerust hart kan achter laten. Bij iemand, die men vertrouwt en weet hoe hij/zij met een dementerende, langdurige zieke of gehandicapte oudere moet omgaan. Daarvoor zijn BOS-vrijwilligers beschikbaar, die dat graag voor hun doen. Ook als ze wekelijks een sport of hobby willen beoefenen staan er mensen van de BOS klaar. Voor informatie kan men contact opnemen met een van de meldpunten vrijwillige thuishulp in de buurt van Haalderen met de onderstaande tel.nrs:

  • Arnhem 026 - 3703540
  • Huissen 026 - 3256873
  • Elst 0481 - 350050
  • Heteren 026 - 4743777

Doornenburg - Gendt

Parochie Sint Martinus Doornenburg

Waarschijnlijk is de parochie Doornenburg van zeer oude dagtekening.

“Doornenburg het dorp aan twee rivieren”. Zijn naam ontleende het dorp aan de burchttoren de Doronburc, waarvan in de negende eeuw melding wordt gemaakt. Wat Doornenburg betreft, had het eveneens als het nabije Hulhuizen in eigen kerspelgebied (parochie) mogelijkheid tot katholieke praxis, namelijk op het kasteel. Als op zovele plaatsen is ook hier de adel mede oorzaak geweest van het behoud van het katholieke geloof. Gelukkig hebben wij als kleine geloofsgemeenschap daar van< kunnen profiteren.

De parochiekerk zal weldra zijn verrezen, de parochie is gesticht voor omliggende en onderhorigen. De Rooms katholieken hebben hier een kerk met een spits torentje dat zo men wil, van de oudste Christelijke Tempel van deze oorden moet zijn geweest.

Ten gevolge van de reformatie was de kerk ongeveer twee eeuwen in het bezit van de protestanten. Nu moesten de katholieken naar de kerk in Hulhuizen (behorend tot het Hertogdom Kleef) hier was de uitoefening van de katholieke godsdienst niet verboden.In 1797 heeft zich een merkwaardige gebeurtenis voorgedaan in Doornenburg. Ieder was bezig de kerk weer terug te krijgen, maar men kreeg dit niet voor elkaar. Toen is de kerk gewoon door de katholieken teruggenomen. Deuren werden geopend en wat van de Protestanten was eruit gedaan en weer opengesteld voor eigen geloofsgenoten. In november werd de kerk opnieuw ingezegend en 8 november is de eerste H. Mis opgedragen. Er was toen nog geen pastoor maar de diensten werden uit Hulhuizen verzorgd. Toen de nieuwe kerk in Gendt klaar was in 1843 werd de kerk van Doornenburg een bijkerk van Gendt.

Spoedig kwam het verlangen om een eigen pastoor te hebben. In december 1848 werd hier een pastoor benoemd, de Weleerwaarde Heer Johannes Westerman. Deze nam zijn intrek in het kasteel. Zijn jaarsalaris was ƒ 800,--. In 1849 is de pastorie gebouwd en in november in gebruik genomen. Het aantal zielen was toen 1000.

In 1873 werd het middeleeuws kerkje gesloopt en begonnen met het bouwen van een nieuwe kerk (gebouwd in Gothische stijl). Juni 1874 heeft de Aartsbisschop de kerk geconsacreerd.

Woensdag 27 september 1944 kwamen de Duitsers om de toren te laten springen. De lading was veel te zwaar geweest, zodat niet alleen de spits er afging, maar ook de gehele toren en een groot gedeelte van de kerk werd vernietigd, zodat deze niet meer te gebruiken was. De schutterstent werd ingericht als noodkerk.>

Na de oorlog werd het patronaatsgebouw in orde gemaakt als noodkerk en van daaruit werden nu de kerkdiensten verzorgd. Augustus 1951 werd begonnen met het bouwen van een nieuwe kerk, waarin op 16 oktober 1952 door deken Dr. W. Mulder uit Bemmel de eerste plechtige H.Mis werd opgedragen. In 1961 is er een toren vast aan de kerk gebouwd.

Bij vertrek van pastor W. van Essen, op 28 juni 1998, zijn we weer terug bij af. Zo heeft de geschiedenis zich herhaald en zijn we 150 jaar verder weer op het punt aangekomen waarop we in 1848 zijn gestart, wel een kerkgebouw met pastorie maar geen pastor.Sindsdien vormen wij een samenwerkingsverband met de parochie St. Martinus in Gendt.

WERKGROEPEN.

LiturgieKatechese
Lectoren
Misdienaars
Hernkoor
Dameskoor
Liturgiesch koor JeKadee
Jeugdkoor
Liturgie groep: dameskoor-herenkoor-JKD
Communie uitdelers
Collectanten
Werkgroep Avondwake
Versiergroep
Werkgroep 1ste Communie
Werkgroep Vormsel
Werkgroep Dopen
Werkgroep Kinderwoorddienst
DiaconieOpbouw
MOV
Kledingdienst
PCI-bestuur
Bezoekgroep
Ziekenhuisbezoekgroep
Rijders Tafeltje Dekje
Werkgroep Kevelaer
Werkgroep Banneux
Werkgroep Wittem
Dragersvereniging St. Barbara
Kerkbestuur
Administratie
Kerkbalans
Onderhoud
Pastoraatsgroep
Welkomstgroep
Stencilwerk
Redactie kerkvenster
Vouwen en bezaorgen
Schoonmaakgroep
Werkgroep Sociale Kaart

Bijzondere aktiviteiten :

Het organiseren van de jaarlijkse Contactdag voor zieken,

Het organiseren van de jaarlijkse Rommelmarkt door de M.O.V. in samenwerking met de leden van Liturgisch koor Jekadee. Opbrengst voor pater Derksen en pater Helsloot.

HET AANTAL CIJFERS VOLGENS DE STATISTIEKEN.

Parochianen19961997 199819992000
0 t/m 6158147121127163
7 t/m 6419501966206119131913
65 en ouder3123223232324324
Totaal24202435250523642400
Parochianen19961997 199819992000
Dopen 0 tm 6 jaar1922282833
Dopen 7 tm 17 jaar  1 2
Dopen 18 jaar eo 1   
Eerste Communie2424232327
Vormsel2123232314
Toegetreden 1   
Huwelijk tussen 2 rk75976
Huwelijk tussen 1 rk en niet christen1  1 
Overleden2929273124
Begraven1923172113
Crematies106101011

Heilige Martinusparochie Gendt

Als we een driehoek maken van de lijn Arnhem-Nijmegen is daar het dorp Gendt in het kuuleke van de Waal. De Waal die een grote rol speelt in en door de jaren. De rivier gaf privileges als het Hanzeverbond en stadsrechten. Ook vruchtbare grond maar op veel plaatsen moeilijk te bewerken, dus harde arbeid. Ook waren er veel boomgaarden. Ondanks de stadsrechten bleef Gendt een agrarisch dorp. Met als eerste industrie de steenfabrieken en de scheepswerf. Uit heel vroege bronnen is vernomen dat Gendt rond 800 al een kerk had toegewijd aan Sint Maarten.

Gendt, een oude en rijke geschiedenis. Maar de oorsprong van parochie, zoals die nu zichtbaar is, begint wat later. Na de godsdienstvrijheid ging men ter kerke in Hulhuizen. Die kerk werd toen al snel te klein, maar ook de ligging zo dicht bij de Waal had nadelen o.a. bij hoog water nauwelijks bereikbaar.>

Pastoor Oosterik nam toen het initiatief voor de bouw van een nieuwe kerk in Gendt. Deze kwam op de markt en werd de Waterstaatskerk genoemd, omdat het Ministerie van Rijkswaterstaat toestemming moest geven. Ik oktober 1844 werd de kerk ingezegend. Op 1 maart 1855 ging de statie Gendt-Hulhuizen kerkrechtelijk over in de Sint Martinusparochie. Misschien daarom ook dat bewoners uit Hulhuizen nog wel eens zeggen: “Wij zijn de voorstad van Gendt.’

Gendt groeide gestaag, dus ook de parochie. Gendt was bijna helemaal katholiek.

Pastoor Huygens, die in 1892 naar Gendt kwam, zette zich in als bouwpastoor toen de kerk aan de markt te klein werd. Maar ook was hij een zeer sociaal bewogen mens, zette zich in voor de minstbedeelden en de gevolgen daarvan. Op zijn initiatief kwam de boerenbond tot stand, maar ook een samengaan van vak- en standsorganisaties. In Gendt lag de nadruk op de steenfabricage.

De nieuwe kerk werd aan de Nijmeegsestraat gebouwd en op 25 juni 1908 ingewijd. De saamhorigheid is door de verschillende ontwikkelingen groot in de gemeenschap, een positieve tijd voor de toekomst, tot de 30e jaren en de 2e Wereldoorlog dier er op volgt. Alles verandert. Gendt komt midden in de frontlinie te liggen. Mensen komen om bij bombardementen, huizen en gebouwen worden vernietigd en ook de kerk wordt zwaar beschadigd. Er is niks meer als voorheen, iedereen moet evacueren.

Na terugkeer van 6 tot 9 maanden is er voor velen geen huis meer en ook de kerk kan niet meer opgebouwd worden. De nieuwe kerk, zoals die nu is, staat op de plaats van de oude kerk en wordt in 1952 in gebruik genomen.

Zoals er werd gebouwd aan een nieuwe kerk, werd er ook gebouwd aan een nieuwe leefgemeenschap. Huizen, winkels, clubgebouwen, een goede plek om te wonen. Gendt werd groter en ook opener. Door de nieuwbouw en instroom van buitenaf, met hun invloed ook in de samenleving. Ook de jeugd kwam door opleiding en werk met nieuwe en andere ideeën in aanraking. Gendt in dat kuuleke aan de Waal, een open gemeenschap die door en met vele en grote veranderingen na de 2e Wereldoorlog een gemeenschap opgebouwd heeft waar het goed wonen is, al is het voor te stellen dat de jeugd het soms saai vindt.

Ook in de parochie is de tijd anders dan toen, maar het is wonderlijk dat kerk en parochie met rond de 300 vrijwilligers onderdeel zijn van de leefgemeenschap. Maar de traditie van vroeger speelt nog steeds een rol. Op die traditie bouwen een de toekomst, een uitdaging. Een spreuk van een prins carnaval was eens: In Gendt kan alles.’

ParochianenPer 2001
0 t/m 6436
7 t/m 644639
65 en ouder805
Totaal5968
Parochianen19961997 199819992000
Dopen7464626363
Eerste Communie5767568163
Vormsel5428453434
Huwelijk    17
Overleden6049465852

Uitkeringsgerechtigden

In 1999 heeft de parochie een sociale kaart vastgesteld met daarin een groot aantal statistische gegevens onder andere met betrekking tot bovenstaand onderwerp.

Wellicht is het parochie secretariaat in staat om de gegevens te actualiseren.

Naast statistische gegevens staan er ook andere gegevens in die ons inziens nog steeds actueel zijn. Wij zijn dan ook van mening dat deze sociale kaart statistisch een goed naslagwerk is en dat het parochiebestuur voor het voeren van beleid naast hetgeen hierna wordt geschreven ook terug kan vallen op dit stuk.

Om een beeld te vormen van de problematiek is een aantal gesprekken gevoerd met instellingen en individuele personen.

Over het algemeen kan gesteld worden dat inwoners van Gendt terughoudend zijn in het spreken over dit soort problematieken, met name als het over financiën gaat. Dit niet alleen naar onze werkgroep toe maar ook, zo is ons gebleken, naar instellingen die hun belangen behartigen.

Af en toe wordt er wel gesproken over incidentele problemen maar er zijn geen gegevens naar boven gekomen die gebruikt kunnen worden voor het ontwikkelen van groepsbeleid.

Een gesprek met de instelling “Tussenstroom” (voorheen gehandicaptenplatform) heeft een concreet iets opgeleverd.

Nu door de herindeling de gemeente als aanspreekpunt verder weg staat van de Gendtse inwoners heeft deze instelling een telefoonnummer beschikbaar waar men voor allerlei zaken informatie kan krijgen. Bovendien wordt in de diverse kernen, dus ook in Gendt, maandelijks een spreekuur gehouden.

Men is bereid alert te zijn op vragen die ook voor de parochie van belang zijn en in voorkomend geval wil men doorverwijzen naar de parochie. De parochie zal met die instelling afspraken moeten maken hoe dit praktisch geregeld kan worden en ook intern iets moeten regelen. In dit gesprek is ons verder niet gebleken dat er zgn. “witte vlekken”zijn waar de parochie concreet op zou moeten inspringen.

Wel achten wij het belangrijk om regelmatig kontact te hebben met dit soort instellingen om beter inzicht in elkaars werk en mogelijkheden te krijgen.

Verder zijn er gesprekken geweest met de -PCI zowel in Gendt als Doornenburg. Hierbij wordt opgemerkt dat de PCI van Doornenburg min of meer functioneert als een diaconaal beraad; de PCI van Gendt is - wellicht veroorzaakt door de huidige personele bezetting – nauwelijks geïnteresseerd in samenwerking met andere groepen op diaconaal terrein.<

Hierbij wordt nog opgemerkt dat de gezamenlijke PCI’s binnen de gemeente Bemmel onlangs overleg hebben gehad met de gemeente.

-de vakbeweging. Deze beweging wordt steeds grootschaliger georganiseerd en lijkt alleen nog oog te hebben voor collectieve belangenbehartiging ( CAO’s ) in individuele bijstand.

Activiteiten voor bepaalde groepen, al dan niet voor de gezelligheid bedoeld, vinden steeds minder plaats enerzijds omdat het vrijwilligerskader dat hiervoor nodig is snel afbrokkelt en anderzijds omdat om reden van privacybescherming men steeds minder gegevens over individuele leden van hoger hand doorgespeeld krijgt.

Op het onderhavige terrein speelt de overheid een belangrijke rol.

Het lijkt ons belangrijk dat de gezamenlijke kerken binnen de gemeente Bemmel overleg openen met de gemeente met als doel invloed te hebben op het formuleren van het gemeentelijk beleid terzake.

Door de invoering van de Algemene Bijstands Wet in 1965 is de invloed van de kerken op financieel terrein, voor wat betreft ondersteuning van gezinnen en individuele personen enorm afgenomen.

Overleg met de gemeente is ook wenselijk voor het mogelijk krijgen van invloed op het minimabeleid en kwijtscheldingsbeleid van de gemeente.

Ouderen 65+

INLEIDING.

In september 2000 werd ons gevraagd een bijdrage te leveren om te komen tot een sociale kaart van de parochies Doornenburg en Gendt. (in samenhang met de parochies fusie gem.) Dit initiatief onder auspiciën van het dekenaat heeft Herman Rolfes als diaconaal beleidsmedewerker onze werkgroep ondersteuning en begeleiding gegeven.

Vooral de zin er van heeft hem heel wat overredingskracht gekost om de werkgroep op het (juiste) spoor te zetten. Door de afwezigheid van de parochiële pastores werd de zin van dit alles op de proef gesteld. Het gevolg van deze gang van zaken resulteerde in een brief aan de beide parochie besturen. Hierin werd gevraagd in hoe verre men achter het initiatief kon staan dan wel of zij ook de zin van dit alles konden onderschrijven en vervolgens een verzoek hierop te willen reageren.

Helaas is er geen schriftelijke reactie binnen gekomen maar een positieve reactie bij monde van twee werkgroep- en projectgroepleden. Op zicht is daar niets mis mee maar niemand kan in een later stadium bij welk parochiebestuur dan ook op deze confirmatie attenderen.

Ondanks dat, is de werkgroep aan het werk gegaan en heeft de tijd gebruikt, welke de parochie besturen nodig had te reageren, om over de aanpak na te denken.

Nadat we een waslijst van onderwerpen en vragen, betrekking hebbende op instellingen enerzijds en de ouderen anderzijds op papier hadden gebracht is mede door onderlinge gesprekken, een beknopte vragenlijst overgebleven welke door Herman als representatief en bruikbaar werd bestempeld.

Nadat het eerste interview met een alleenstaande ouder had plaatsgevonden bekroop ons het gevoel “wat kunnen we nou met deze antwoorden”?
a. Zijn wij er nou niet geschikt voor?
b. Of stellen wij de verkeerde vragen?

Enkele werkgroep leden namen dit gegeven mee naar de projectgroep waaruit een gesprek volgde met pastor Cor Peters. In dit gesprek hield Cor ons voor wat er simpelweg uit die ogenschijnlijke summiere antwoorden te halen was. Wij geloven te mogen stellen dat dit gesprek ons over de opnieuw opgeworpen drempel heeft heen geholpen, waarna we de ingeslagen weg hebben voortgezet.

Het gevolgde systeem.

De onderwerpen en vragen welke gehanteerd zijn, zijn ontleend aan de definitie van welzijn.

Namelijk welzijn is een situatie waarbij men in geestelijk materieel opzicht met voorspoed gelukkig en gezond kan leven.

Hieruit zijn de volgende onderwerpen en vragen ontstaan.

a. Welzijn.(zorg-gezondheid-voorzieningen-ontspanning-motivatie-stimulatie-kommunicatie en sociale contact.)

b.Veilig(heid). (algemeen –alarmering -voelen en huis en haard)

c.Welvaart (Informatie voor en over ouderen –voorlichting –service -ondersteuning en advisering op sociaal –financieel en subsidie gebied)

d.Wonen en buurt ( kwaliteit – omgeving – situering en roulatie)

e.Algemeen. (Bijdrage tot welzijn door kerk en parochie- eventueel vergeten aandachtspunten)

Met de vragen en antwoorden is onderscheid gemaakt tussen het wonen in:

  • Verzorgingshuis
  • Aanleunwoning
  • Senioren woning in de wijk
  • Appartement in de wijk
  • Privé woning

Het aantal ouderen in Doornenburg en Gendt bestaat ongeveer uit 1200 mensen in de toekomst zal daar nog eens 10 tot 20 % bij komen. Ca. 10 % woont in een verzorgingshuis of aanleunwoning.( Gendt)

Na gesprekken met alleenstaanden, echtparen en ouderwerker zijn de volgende conclusies getrokken:

Welzijn

Voor de geïnterviewde was het moeilijk om het begrip welzijn te omschrijven…?!

Zorg en aandacht voor ouderen in het verzorgingshuis is in voldoende maten aanwezig met de kantekening dat voor beide parochies maar 8 tot 10 % van de ouderen in een verzorgingshuis woont. Een opmerking dient gemaakt te worden dat het in de praktijk helaas nog al eens voorkomt, wanneer een verzorgende een steek laat vallen, het gehanteerde systeem niet voorziet in een adequate oplossing op dat moment.>

Buiten het verzorgingshuis, in de wijken, wordt de zorg en aandacht als veel minder ervaren. Bij voldoende mobiliteit, neemt men zelf het initiatief wel. Echter bij een mindere mobiliteit is dit vaak een groot probleem. Een grotere binding onder elkaar zou dit kunnen bevorderen respectievelijk verbeteren daartoe zou men wel dichter bij elkaar moeten wonen. (zie suggestie o.a. bij wonen )

Over het algemeen was men over de voorzieningen goed te spreken, daarbij wel attenderende op het in stand houden van de kwaliteit en vernieuwingen cc aanvullingen in de toekomst. Ook hier gaat dit positieve oordeel weer samen met het feit dat men zelf nog in staat is om zich te verplaatsen. Is men aangewezen op familie en vrijwilligers dan komt er even anders uit te zien!

In het algemeen is bekend dat ouderen zich sterk aangetrokken voelen op bijeenkomsten waar wat te winnen valt, denk aan bingo of loterij.

Daar staat tegenover dat op bijeenkomsten waar ouderen min of meer zichzelf bezighouden, bijv.Soos, ouderen het op grote schaal af laten weten. Hierdoor zijn het steeds dezelfde bezoekers, gevolg; groepsvorming, zodat het voor de ‘nu en dan’ bezoeker moeilijk is om aan te sluiten. Voor organisatie en vrijwilligers is het zaak om nieuwe vormen te ontwikkelen welke het mogelijk maakt dat ook voor deze bezoekers het prettig wordt om aan dergelijke bijeenkomsten deel te nemen.

Motivatie en stimulatie.

In het verzorgingshuis zal de welzijnswerker zijn uiterste best doen om dit te bewerkstelligen. Buiten het verzorgingshuis bestaat er eigelijk geen instelling die dit soort zaken voor hun rekening neemt of in onvoldoende mate. Soos –Swo – en oudervereniging proberen daar wat aan te doen maar in het algemeen is er onvoldoende kennis en inzet en dan gaat er te weinig van uit. Misschien kan het opleiden van vrijwilligers een mogelijke verbetering geven.

Veiligheid.>

In het algemeen zullen ouderen zich veilig voelen in het verzorgingshuis of aanleunwoning immers er is toezicht de verzorging is compleet en zelfs bij calamiteiten een belletje bij de hand om hulp in te roepen.

Echter in de wijken ligt dit geheel anders. Vraagt men of zij zich in huis veilig voelen dan zal dit in het algemeen, als het gaat om inbraak beveiliging, positief beantwoord worden. Anders is het te stellen of men zich ook veilig kan bewegen in huis!? In vele senioren woningen zijn geen preventieve maatregelingen genomen als het gaat om drempels, verhoogd toilet, anti-slip tegels en handgrepen daar waar deze nu eenmaal thuishoren, immers morgen kan het nodig zijn! En dan moet het een en ander nog aangevraagd en gerealiseerd worden met alle gevolgen van dien. Dan krijgen we zoiets van; als het kalf verdronken is…..! Zelfs nu in 2001 hebben ambtenaren niet de opdracht om daar naar te kijken, ook al is men voor een ander probleem in een dergelijke woning aan het werk.

Ook buitenshuis doen zich vaak problemen voor welke nou niet bepaald ouder-vriendelijk genoemd mogen worden. We geven een paar voorbeelden; verlichting achteruitgang – bestrating – situering parkeer plaatsen t.o.v. de in- en uitgang en de verkeerssituaties in het algemeen rond de seniorenwoning.

Voor een alleenstaand ouder in de wijk, en met name die slecht ter been zijn, is sowieso een persoonlijke alarmering een noodzaak, denk aan ziekte, vallen ed. Er zijn legio gevallen op te noemen waarbij ze in zo'n situatie anders niet tijdig kunnen waarschuwen.

Een ander verhaal is; dat er geen ouder is die geïnformeerd wordt waar en met wie ze dan contact moeten opnemen om zulke essentiële aanpassingen te bespreken of aan te vragen, laat staan een advies of voorlichting met de eventuele consequenties. ( zie ook welvaart)

Welvaart.

In het algemeen worden ouderen niet of nauwelijks geïnformeerd over zaken welke hen aangaan respectievelijk wat hen bezighoudt.

De ouderen zouden regelmatig over informatie van tal van onderwerpen welke hen aangaan, in bijv. boekvorm, moeten kunnen beschikken zodat zij weten waar ze zich kunnen vervoegen.

Voorlichting voor hulp en diensten – service – advisering op financieel en subsidie gebied. Er is momenteel geen instelling of instantie waar men kan aankloppen anders dan de overheid. Er zijn daartoe geen mogelijkheden. Vaak door er onderling over te praten en door het horen van anderen komt men soms mogelijkheden op het spoor. Daar komt bij dat men zich vaak er voor schaamt om direct bij een officiële instantie aan te kloppen. Terwijl toch bekend is dat de overheid voor veel probleemsituaties mogelijkheden heeft maar wie begeleid hen of wijst hen de weg?!

Het zou aan te bevelen zijn dat er een onafhankelijk bureau of instelling, met een zeer lage drempel, in het leven geroepen zou worden waar men á la minuut naar binnen kan lopen om over dit soort onderwerpen te kunnen praten.

Door de gemeentelijke herindeling hebben heel veel ouderen, die zelf geen vervoer hebben, een groter probleem gekregen wanneer ze bij een gemeentelijke instelling moeten zijn. Overigens is dit in meerdere gevallen aan de orde. Men is dan aangewezen op familie of vrijwilliger. Er zou eigelijk vervoer op maat moeten zijn, waar op afroep, voor dit soort zaken gebruik gemaakt kan worden.

Vrijwilligers.

Het is algemeen bekend dat er heel veel mensen zijn, die bereid zijn, zich in te zetten voor de medemens. In de praktijk blijkt toch dat er een tekort is aan goed gemotiveerde vrijwilligers. Men kan zich afvragen wat daar de reden van is? De praktijk leert dat er steeds meer werk door de vrijwilliger gedaan moet worden. Die vrijwilliger gaat werk doen waarvoor hij niet is opgeleid. Dat zou misschien kunnen betekenen dat deze het niet aankan met gevolg dat er dingen gaan zoals ze niet moeten gaan. Het lukt hen niet meer, ze worden daarop aangesproken met als gevolg demotivatie. Het is dus zaak dat de vrijwilliger een professionele begeleiding en in sommige gevallen zelfs een opleiding krijgt om dit soort oorzaken te ondervangen of te verminderen.

Een andere suggestie zou kunnen zijn om een klusgroep op te richten voor klusjes om en rond het huis of reparaties aan bijv. een rollator of tuinstoep. Zou dit iets kunnen zijn voor jonge vutters?

Wonen en buurt.

Alles is er heden op gericht om ouderen zo lang mogelijk op de plaats te laten wonen daar waar ze het naar hun zin hebben. Daar staat tegenover dat er in de seniorenwoning geen of matig preventieve maatregelen genomen zijn. Dat lijkt op een beleid van: ‘indien men dit nodig heeft dan moet men maar naar een woning die dit wel heeft’.(woningroulatie.) Dit beleid of ideeën staan haaks tegenover elkaar.(zie ook onder veiligheid)

Thans is het zo dat men seniorenwoningen verspreid over de wijken aantreft. Op zich zit daar wel een goed idee achter. De ouder is meer betrokken bij het wel en wee van de maatschappij.

Echter blijkt dat er toch weinig contact is in de buurt anders dan onder elkaar. Te ver uit elkaar wonen verwaarloosd het onontbeerlijke sociale contact onderling. En aan de andere kant moet het ook niet zo zijn dat men op een eiland komt te zitten want dan wordt het zoiets van, zoals een ouder terecht opmerkte: ‘Daar komt alleen de dokter en de lijkwagen.’ (Zie ook hier de opmerking over wonen bij veiligheid.) Ook kunnen de situering in de wijken problemen veroorzaken t.o.v. voorzieningen verkeer ed.

Een goed idee zou kunnen zijn om voor ouderen die eenzaam en bang zijn onder te brengen in een soort gemeenschapshuis waar ze nog volledig zelfstandig wonen maar weten dat er altijd toezicht is en bij calamiteiten geholpen kunnen worden. Voor het sociale contact, onderling, is dit ook bevorderlijk. (Dit een beetje het midden tussen een seniorenwoning en een verzorgingshuis.)

Algemeen.

Opvallend is dat er weinig ouderen zijn die nog iets hebben met het wel en wee van kerk ed.

Zij menen dat ze in hun leven de kerk altijd naar eer en geweten die aandacht en plaats gegeven hebben die het nodig had. Maar ….vraagt men zich af vinden we dit in de huidige tijd ook nog terug bij leiding en uitvoering.? ! Hoe komt het dat er in het verzorgingshuis geen rector meer is!? Hebben we geen priesters meer elders wonen die met emeritaat zijn?

Over het algemeen is de ouder tevreden, echter, willen ze van hun oude dag iets maken, dan moeten ze het veelal zelf doen. Men mist gewoon te veel gemotiveerde mensen in het ouderwerk.

En tot slot nog dit; ouderen en eenzaamheid komt voornamelijk voor in de avond en op zon- en feestdagen. Na een bezoek van eventuele familieleden zitten ze al snel weer alleen. De bezoekers die beide de hele week werken, willen ook nog even vrij zijn en met hun kinderen wat ondernemen en zondags wordt er nu eenmaal niets georganiseerd wat hen bezig houdt vandaar

Afsluiting

We hebben er samen behoorlijk wat tijd in gestopt maar er ook veel plezier aan beleefd vooral de interviews. Wij danken alle mensen die hebben willen mee werken om dit, voor ons en de opdracht, tot een succes te maken. Ook de onderlinge samenwerking liep op rolletjes. Wij vertrouwen erop dat deze inzichten nu en in de toekomst voor het beleid in beide parochies, omtrent ouderen, een leidraad zal mogen zijn.

Conclusies

De thema’s die in deze sociale kaart ter sprake komen, zijn slechts enkele uit een veelheid aan sociaal-maatschappelijke thema’s waarmee inwoners van de gemeente Bemmel van doen hebben. Wij hebben slechts enkele in beeld gebracht. De hieronder geformuleerde conclusies en aanbevelingen zijn ook niet uitputtend beschreven. De teksten bieden er meer. Het is dus aan de lezer om het niet bij deze conclusies en aanbevelingen te laten, maar om vanuit eigen ervaringen en deskundigheid eigen conclusies en aanbevelingen te formuleren.

Het is aan de parochiebesturen en de diverse parochiële werkgroepen om de aanbevelingen te vertalen in concrete activiteiten en initiatieven.

Angeren - Huissen

1. Nieuwe wijken Huissen-Angeren

Geconcludeerd mag worden dat Huissen en Angeren een ontwikkeling doormaken van een plattelandsgemeente naar een meer stadse ontwikkeling. In Huissen zal dit in versterkte mate herkenbaar zijn door de woningbouw en door de ligging dichtbij Arnhem. Dat betekent voor de parochies dat zij geconfronteerd worden met meer anonimiteit, mindere herkenbaarheid en het minder worden van de oude en vertrouwde structuren en “gewoontes”.

2. Jongeren

Parochies hebben vrijwel geen contact meer met jongeren, uitgezonderd de zeer kleine groep van vormelingen. Voor Angeren betekent het plaatsen van het vormsel op de middelbareschoolleeftijd dat praktisch geen jongere meer deelneemt aan de vormselvoorbereiding, blijkbaar is de afstand tussen Angeren en Huissen nog te groot voor ouders en jeugd.

3. Kerkbezoek

Het kerkbezoek ligt erg laag in Angeren en in Huissen-Stad, het kerkbezoek en het aantal vrijwilligers is in Huissen-Zand aanmerkelijk hoger. Anderzijds worden er in Angeren relatief veel huwelijken gesloten en ligt het aantal dopelingen niet veel lager dan in de andere parochies. Zowel voor Huissen-Stad als ook voor Angeren geldt dat er nog steeds een grote liturgische behoefte is rond bepaalde feestdagen en bij bepaalde kerkelijke tradities. In beide plaatsen is er een Umdracht, zijn er gildenfeesten voorafgegaan door kerkelijke vieringen en voelen verenigingen zich nog verbonden bij de kerken.

Bemmel - Haalderen

1. Nieuwe Wijken

Een eerste oriëntatie op contacten met bewoners van nieuwe wijken laat zien dat de kerkgemeenschappen in Bemmel en Haalderen en dat de gemeente weinig activiteiten ontplooien voor nieuwkomers.

2. Armoede

De gemeente moet een informatiebrochure samenstellen voor uitkeringsgerechtigden. De kerken hebben en moeten een eigen rol vervullen bij het op de politieke agenda plaatsen van het armoedevraagstuk. Armoede treft vooral allochtone gezinnen en kinderen.

3. Jongeren

Jongeren hebben geen behoefte aan pastorale ondersteuning.

Er worden weinig initiatieven ondernomen op het gebied van kerkelijk jeugd- en jongerenwerk.

Jongeren hebben belangstelling voor zingevingvragen gecombineerd met een eigentijds antwoord.

4. Ouderen

De leefbaarheid in Haalderen is voor ouderen in het geding. Dit geldt ook voor het sociaal-maatschappelijk gebied. Dit kan onder ouderen versterkt leiden tot vereenzaming.

Financiële regelingen ter ondersteuning zijn onder ouderen niet breed bekend

Doornenburg - Gendt

1. Uitkeringsgerechtigden

De PCI’n van Doornenburg en Gendt werken niet volgens de taken die volgens het Reglement tot de taken van een PCI horen namelijk individuele financiële hulpverlening, (ondersteuning van) projectmatige hulpverlening en het stimuleren van de diaconale bewustwording van de parochie.

Het is moeilijk om concrete behoeften boven water te krijgen.>

De parochie Gendt dient de aanwezige sociale kaart te actualiseren en te gebruiken bij het formuleren van beleid

De parochie Gendt dient met “Tussenstroom” concrete afspraken te maken en de interne organisatie daarop aan te passen. Verder dient overleg geëntameerd te worden met diverse groepen binnen de samenleving om van elkaars werk en mogelijkheden op de hoogte te komen en zo samenwerking te bevorderen.

De gezamenlijke kerken binnen de gemeente Bemmel dienen met de gemeente overleg te voeren.

Het is belangrijk alert te zijn op ontwikkelingen terzake.

2. Ouderen 65+

Onderlinge contacten en ontmoetingen versterken het welzijnsgevoel.

Sterkegroepsvorming verhindert dat niet-groepsleden gemakkelijk kunnen deelnemen aan activiteiten.

Kennis over extra financiële en materiele ondersteuning is niet breed bekend onder ouderen en de informatieoverdracht vanuit de gemeente is ontoereikend.

Voor ouderen is het moeilijk zelfstandig te blijven wonen omdat door overheid en woningstichtingen te weinig preventieve voorzieningen worden aangebracht. Dit staat haaks op het overheidbeleid.

Er zijn veel vrijwilligers van goed wil, die echter te veel worden ingezet in functies van beroepskrachten.

Aanbevelingen

Angeren - Huissen

1. Nieuwe wijken

Gezien de sterke toename aan woningen, met name binnen Huissen, is het van belang dat de parochies de band met de nieuwe bewoners versterken. Verwelkoming van de nieuwe bewoners is een eerste prioriteit. Besturen en pastores zullen aandacht moeten besteden hoe die verwelkoming gebeurt en welk beeld van de parochies men geeft aan de nieuwe bewoners. Samenwerking met de protestante gemeentes zou aan te bevelen zijn.

2. Ouderen

In Angeren en in Huissen zijn nog steeds tradities levend, vooral zien we dit rond de gilden en de beide Umdrachten. De ouderen hebben een overwegend katholieke geloofsovertuiging. Dat betekent dat veel aandacht nodig blijft, vooral door de vergrijzing. Aandacht rond het oud-zijn, ziek-zijn, en bij overlijden. Het teruglopend aantal pastores zal deze aandacht moeilijk kunnen vasthouden, vooral ook omdat het van belang is dat er prioriteit gegeven wordt aan de groep van middelbare leeftijd, omdat juist onder deze mensen nieuwe vrijwilligers geworven moeten worden. Voor beide groepen moet aandacht zijn en moet bekeken worden of er door prioriteitsstelling en door werkgroepen de benodigde tijd gevonden kan worden

3. Liturgische vraag

De liturgische vraag in Huissen en Angeren is hoog. Er zal kritisch gekeken moeten worden wat noodzakelijk, wat haalbaar en wat wenselijk is. Zo zullen op korte termijn keuzes moeten vallen ten aanzien van het aantal vieringen en het voorgaan van leken bij uitvaarten. Het verdient aanbeveling dat de drie parochies dat in gezamenlijk beleid doen en de vieringen op elkaar afstemmen. Er zal over en weer hard gewerkt moeten worden aan het samen-op-weg-gaan, in verantwoordelijkheid voor elkaar en het met elkaar vieren.

Bemmel - Haalderen

1. Nieuwe Wijken

De parochies stellen een werkplan op om, eventueel in samenwerking met SOW en gemeente, punten 2 t/m 4 te realiseren.

2. Armoede

De parochies pleiten, in samenwerking met belangenorganisaties, bij de gemeente voor het op korte termijn realiseren van een informatiebrochure en voor blijvende actualisatie ervan.

De parochies onderzoeken en realiseren hun eigen specifieke taak in het op de politieke agenda brengen van het armoedevraagstuk. Dit gebeurt in samenwerking met belangenorganisaties en de gemeente. Daarbij is er in het bijzonder aandacht voor allochtone gezinnen en voor kinderen.

3. Jongeren

De parochies blijven jeugdigen en jongeren een welkome plaats bieden in koren, liturgie en pastoraat. De parochies onderzoeken of er in het te ontwikkelen jeugdbeleid van de gemeente kansen zijn om een aanbod rond zingevingvragen aan te bieden.>

4. Ouderen

De parochies ontwikkelen een toegespitst pastoraal aanbod voor ouderen waarbij in het bijzonder aandacht is voor ontmoeting en gevoeligheid ontwikkeld wordt voor vereenzaming en financiële nood onder ouderen.

Doornenburg - Gendt

1. Uitkeringsgerechtigden

De PCI’n van Doornenburg en Gendt werken niet volgens de taken die volgens het Reglement tot de taken van een PCI horen namelijk individuele financiële hulpverlening, (ondersteuning van) projectmatige hulpverlening en het stimuleren van de diaconale bewustwording van de parochie. Het is moeilijk om concrete behoeften boven water te krijgen.

De parochie Gendt dient de aanwezige sociale kaart te actualiseren en te gebruiken bij het formuleren van beleid.De parochie Gendt dient met “tussenstroom” concrete afspraken te maken en de interne organisatie daarop aan te passen. Verder dient overleg geëntameerd te worden met diverse groepen binnen de samenleving om van elkaars werk en mogelijkheden op de hoogte te komen en zo samenwerking te bevorderen.

De gezamenlijke kerken binnen de gemeente Bemmel dienen met de gemeente overleg te voeren. Het is belangrijk alert te zijn op ontwikkelingen terzake.

2. Ouderen 65+

De parochies organiseren ontmoetingsgelegenheden op zon- en feestdagen.

De PCI’n stimuleren, o.a. bij de gemeente, het oprichten van een informatie- en adviesbureau voor ouderen.

Vrijwilligers in het (parochiele) ouderenwerk moeten toereikend geschoold en begeleid worden. De parochies nemen initiatieven hiertoe.

Nawoord

Dit project vond zijn inspiratie in de diaconale opdracht van de Kerk. Onze daadwerkelijke betrokkenheid op mensen die we diaconie noemen: “dienst van liefde en gerechtigheid”. Daarmee plaatst de Kerk zich tot op de dag van vandaag in het voetspoor van Christus. Zijn aandacht, Zijn zorg, Zijn liefde voor mensen is de hare. Daarom wil de Kerk present zijn in de samenleving en vooral daar waar recht en gerechtigheid van de mens in het geding zijn.

We spreken de wens uit dat dit verslag een (hernieuwde) aanzet mag zijn tot het verder ontwikkelen van het diaconale beleid van de betreffende parochies. Ligt hier tegelijk niet een unieke kans om wegen te zoeken en te vinden die de samenwerking tussen deze zeven parochies van de Gemeente Lingewaard zal bevorderen !!!

Coördinatiegroep en werkgroepen

Coördinatiegroep:
Coby Driessen, Corrie Driessen, Ronald Heinen, Cor Peters

Werkgroep Angeren - Huissen
Wim van Baal, Herman Peters, Ronald Heinen

Werkgroep Bemmel - Haalderen
Paula Daams; Bert Ebben (Armoede)
Henk Janssen; Piet Demon (Ouderen)
Henk Peperkamp; Nico Broex (Nieuwe wijken)
Lous Jansen; Eline Bouwmeister-Hermsen (Jongeren)

Werkgroep Doornenburg - Gendt
Corrie Driessen; Eef Schouten (Armoede)
Coby Driessen; Ben van Luenen (Ouderen)
Peter van Megen; Piet van der Horst (Jongeren)