Geef uw gebouw toekomst


Notitie van het aartsbisdom Utrecht, september 2004

Over het creatief openstellen van kerkgebouwen

Het lijkt zo vanzelfsprekend: een parochiegemeenschap heeft een kerkgebouw. Dit gebouw wordt in stand gehouden door de gemeenschap, al eeuwen of ‘pas’ tientallen jaren. Het kerkgebouw is méér dan een onderkomen voor een groep mensen. Het is een huis van gebed, het omhult de stilte, is symbool van de aanwezigheid van God. Daarbij is het ook vaak een markant punt in het landschap, de trots van het dorp, het middelpunt van de stadswijk. Het vertelt iets over de historie van de omgeving en de m

Sluiten of creatief open houden ?

Het in stand houden en onderhouden van een kerkgebouw vraagt veel energie, tijd en geld. Geen wonder dat met het afnemen van het aantal kerkgangers, soms ook het bewaren van het gebouw een punt van zorg wordt. Het aartsbisdom Utrecht voorziet dat niet alle kerkgebouwen tot in lengte van jaren bewaard kunnen blijven. Op het ogenblik wordt in het aartsbisdom Utrecht gemiddeld één kerkgebouw per jaar gesloten. Het beleid is echter, parochies te helpen indien mogelijk het kerkgebouw in stand te houden. En dan niet alleen als stenen huis met goede fundamenten, muren en een niet lekkend dak, maar als een plaats van betekenis, als levendig gebouw dat een functie vervult in zijn leefomgeving. Een optimaal gebruikt kerkgebouw staat sterk voor de toekomst!

Met deze notitie wil het aartsbisdom Utrecht parochiebestuurders helpen nadenken over het kerkgebouw. Hoe geeft u uw gebouw toekomst? Hoe kunt u het gebouw creatief betrekken in de pastorale en missionaire opdracht van de gemeenschap?

Bijbelse gelijkenis

Het gebouw is een erfstuk, een kapitaal bezit. Wij hebben het gekregen van de generaties voor ons en we beheren het met het oog op de generaties hierna. Daarin lijken wij op de dienaren uit de gelijkenis van de talenten in Matteüs 25,14-30 : de heer geeft hun een kapitaal in beheer, waarmee ze naar eigen inzicht mogen handelen. Daarna vertrekt hij naar het buitenland. Bij zijn terugkeer vraagt hij wat ze ervan gemaakt hebben. Degenen die iets hebben aangedurfd met het bezit, worden geprezen. De ene die uit pure voorzichtigheid het kapitaal heeft verborgen en het netjes teruggeeft, wordt weggestuurd. Liever handelen en risico’s nemen, dan niets ondernemen, is de les.

Geen kerkelijke belemmeringen

Wat zegt de Codex, het kerkelijk wetboek, over het omgaan met kerkgebouwen? Over het openstellen van kerkgebouwen gedurende de dag staat in de Codex niets geschreven. De Codex heeft het alleen over de vieringen die in het gebouw plaatsvinden. Onder ‘kerk’ wordt verstaan: een gewijd gebouw bestemd voor de goddelijke eredienst, waartoe de gelovigen recht van toegang hebben om de goddelijke eredienst voornamelijk openbaar uit te oefenen (canon 1214) en Tijdens de heilige vieringen dient de toegang tot de kerk vrij en kosteloos te zijn (canon 1221). Niets staat ons in de weg eredienst in de brede zin te verstaan. Eredienst opent de geestelijke ruimte waarin God en zijn volk elkaar kunnen raken. Deze Godsontmoeting hoeft zich niet te beperken tot de liturgische vieringen, maar betreft het hele leven van gelovige mensen op zoek naar God. Op deze zoektocht kan het kerkgebouw de ruimte bieden voor mensen die daaraan behoefte hebben.

Het woord 'kerk' is afgeleid van het Griekse 'kuriakè'. Dat betekent (huis) 'van de Heer'. Een ander Grieks woord dat vaak met 'kerk' vertaald wordt is 'ekklesia'. Dit betekent 'samengeroepen gemeenschap'.

Rondkijken

Het kerkgebouw vroeger: publieke functie

Maar je mag toch niet maar álles doen in een kerk? Er moet toch stilte en eerbied zijn? Om het gesprek vooruit te helpen is het belangrijk te weten welke functies kerkgebouwen in het verleden hebben gehad. - Op oude schilderijen van kerkinterieurs zien we hoe de kerkruimte gevuld was met mensen die elkaar ontmoetten, in een hoekje zaten, luisterden naar orgelmuziek, hun geliefde doden in de kerk begroeven. In de kerk gebeurde van alles. - Er werden niet alleen ’s morgens, maar gedurende de hele dag missen opgedragen. Priesters waren verplicht de mis te doen, de gilden en andere genootschappen hadden hun eigen altaar(ruimte). We moeten daarbij bedenken dat mensen wel vaak naar de mis gingen, maar niet dikwijls ter communie. - Behalve de viering van de eucharistie werden ook andere plechtigheden veelvuldig verricht. Elk kind dat geboren werd, werd individueel gedoopt, vaak op dezelfde dag. Er werd getrouwd in de kerk, of in het voorportaal of buiten op het plein. Dat trok veel mensen, familie en buren naar de kerk. - Verder was de kerk de plek voor een gesprek onder vier ogen met wat we nu zouden noemen een geestelijk begeleider. Daar waren de biechtstoelen voor, die de hele dag door gebruikt werden, maar ook stille hoekjes in de ruimte waar je redelijk anoniem, ‘in het verborgene’ kon spreken met elkaar. Er werd gebeden en gebrevierd. - De kerk was een toevluchtsoord bij rampen en noodweer, er werd uitgedeeld aan behoeftigen, pelgrims werden er ontvangen, ze konden een asielplaats zijn voor opgejaagde mensen, er kon onderwijs worden gegeven, conferenties worden gehouden (denk aan de grote concilies) en men ontving er hoog bezoek. - De kerk was een verzamelpunt voor de bevolking: de plaats waar mensen bijeen geroepen werden om berichten te vernemen van de overheid die de bevolking zelf betrof: de dood van de koning, oorlog, enzovoort. - Het straatbeeld, maar ook het ritme van de tijd werd door het gebouw bepaald. Het uurwerk immers dat in de kerktoren was aangebracht had de functie van een publiek horloge: iedereen wist hoe laat het was, wanneer het tijd was om te eten, te bidden, naar huis te gaan. Bovendien hingen in de toren soms meerdere klokken die niet alleen een eigen naam hadden maar ook een eigen betekenis. Wanneer de zwaarste klok luidde, wist iedereen dat er iemand dood was. - Wat niet was toegestaan, maar wel gebeurde, was dat het kerkgebouw gebruikt werd als handelsruimte. Betekent deze opsomming dat we terug willen naar vervlogen tijden? Nee, maar deze kan ons de ogen openen voor de praktische gebruiksmogelijkheden van het kerkgebouw. Kijkend naar de geschiedenis zien we dat het kerkgebouw open was omdat het een publieke functie had. Het voorzag in zeer verschillende soorten behoeften van zeer verschillende soorten mensen.

Het kerkgebouw in het buitenland

Ook het buitenland kan ons inspireren. Als u op vakantie bent, stapt u vast regelmatig een kerk binnen. Waarom doet u dat? En wat ervaart u bij het binnentreden? Waarom is de sfeer in de ene kerk of kapel anders dan in de andere? De kerk kan opvallend schoon en verzorgd zijn, met verse bloemen, brandende kaarsen en een actuele lectuurplank. Dit duidt op een eerbiedige zorg voor het godshuis. Er kunnen collages hangen van de kindercatechese: signaal van een levendige gemeenschap. Er kan toeristische informatie liggen in verschillende talen. Misschien zijn er ansichtkaarten te koop, staat er een maquette, klinkt er muziek. Dit geeft blijk van gastvrijheid en historisch besef. De parochie is trots op zijn gebouw en ontvangt graag gasten. Van hen wordt - meestal door middel van een tekstbord - gevraagd zich respectvol te gedragen. Vergelijkt u dit eens met een kerk die schimmelig ruikt, waar de vloer vuil is, de ramen stoffig zijn en de bloemen er verlept bijstaan. Er zal vast wel een reden zijn voor deze mistroostige toestand. Maar deze dooft iedere lust tot verwijlen en gebed uit. Verplaatst u zich eens in degenen die verantwoordelijk zijn voor deze gebouwen en voor het pastoraat. Welke keuzes hebben zij gemaakt? Waaraan besteden zij aandacht? Onderzoek dan met elkaar wat het uiterlijk van uw eigen gebouw doet met de stemming van de bezoeker, hetzij de eenmalige bezoek(st)er of de vaste gasten. Wat heeft uw gebouw te bieden? Welke boodschap straalt het uit?

Voorbeelden in eigen omgeving

Stel, op een herfstige dag maakt u een fietstocht door het fraaie provinciale landschap. De kerktoren in de verte is uw oriëntatiepunt: een uitgelezen plek om even neer te strijken met de thermoskan koffie. Als u eindelijk bij de kerk bent aangekomen en vol verwachting tegen de zware deur duwt, geeft deze niet mee. De kerk zit dicht. Er staat niet eens een bankje om even te rusten. Jammer voor de fietser en: een gemiste kans voor de parochiegemeenschap. Waar liggen uw kansen? Deze nota wil uw creativiteit op gang brengen. Niet alleen het verleden en het buitenland helpen u aan ideeën, ook in het eigen bisdom zijn inspirerende voorbeelden te vinden. Er zijn parochies waar een (minder of meer drastische) ingreep is gepleegd om het kerkgebouw voor meer doeleinden te kunnen gebruiken. Soms is er een grote verbouwing aan te pas gekomen. Soms is er een overeenkomst gesloten met de gemeentelijke overheid, met een projectontwikkelaar of een ander kerkgenootschap. De parochie heeft nagedacht, heeft keuzes gemaakt en is door een periode van onzekerheid en wanorde heen tot iets nieuws gekomen. Totale nieuwbouw, zoals in Dronten, een multifunctioneel gebouw zoals in Amersfoort, of een nieuwe inrichting zoals in Silvolde. Of er is een samenwerking gerealiseerd met een non-profit instelling die voor beide partijen gunstig is.

Vijf invalshoeken

De open deur als symbool en realiteit Op het ogenblik worden het merendeel van de kerken overwegend gebruikt voor de liturgische viering in het weekend en door de week. Volgens recent Kaski-onderzoek is daarnaast ca. 40% van de kerken overdag geheel of gedeeltelijk open. De andere zijn buiten de vieringen gesloten. Omdat er geen toezicht is bijvoorbeeld, of omdat de ruimte ongeschikt schijnt voor ander gebruik. Nu wordt van u gevraagd na te denken over een creatiever gebruik van uw gebouw, zoals gastvrije openstelling overdag voor meer mensen dan alleen de eigen groep. Het openstellen van een kerkgebouw biedt een parochie de kans zichzelf te presenteren in een concrete vorm naar buiten toe. Hier licht het missionaire gezicht van de kerk op. De parochie kan aansluiten bij de wensen en behoeftes van mensen die in deze tijd zoeken naar geborgenheid, naar de zin van hun bestaan, naar wat geloven voor hen kan betekenen, naar de weg die zij kunnen gaan naar God. Wat mag, wat kan, wat is toekomstmuziek? Om u op ideeën te brengen, bespreken we de mogelijkheden vanuit vijf invalshoeken: 1. Bezinning en gebed 2. Welkom en gastvrijheid 3. Kunstzin en educatie 4. Evenementen en verhuur 5. Onderdak en samenwerking

Bezinning en gebed

Niet alleen tijdens de eredienst maar ook daarbuiten kan de kerk een plek zijn die aan mensen ruimte biedt voor bezinning en gebed; zowel aan toevallige als aan bewuste passanten. Dit oude gebruik is duidelijk aanwezig in kerken met een dagkapel gewijd aan een patroonheilige. Je kunt ook denken aan bedevaartplaatsen. En aan sommige kloosters die hun kapel openstellen voor passanten. De moderne versie hiervan is de dagkapel, het stiltecentrum of de stilteruimte. Soms is het ook de kerk zelf die als een stiltecentrum fungeert, die rust en geborgenheid kan bieden om wat daarin te zien, te horen, te ervaren is. Overdag kan de kerk open zijn omdat er op een vast uur één of meerdere gebedsmomenten zijn, ’s morgens, ’s middags of ’s avonds. Een dergelijk vast gebedsmoment geeft de mogelijkheid een specifieke, eigen vorm van het Getijdengebed te ontwikkelen, passend bij deze parochie. Afgeleid van, maar geen imitatie van de kloosterlijke vorm van bidden. Hier kunnen we ook denken aan momenten gedurende het liturgisch jaar buiten het normale ritme van vieringen. Bijvoorbeeld advents- en vastenmeditaties, of het rozenkransgebed in de Mariamaanden mei en oktober. De nieuwe parochieverbanden in het aartsbisdom Utrecht kunnen de aanzet geven tot nieuwe ideeën over en vormen van dagelijks gebed in de kerk. In de ruimte zal een sfeer moeten hangen die uitnodigt om stil te worden zodat mensen bij zichzelf kunnen komen. Een devotiehoek of kapel is hiervoor uitermate geschikt. Daar kunnen kaarsen of waxinelichten worden gebrand en er kan een blanco boek liggen waarin mensen hun eigen intenties kunnen opschrijven en aldus voor God neerleggen, al of niet op voorspraak van een heilige. Niet alleen in de kerk, ook rondom de kerk kan er ruimte zijn die uitnodigt tot bezinning en gebed. Wanneer bij de kerk een kerkhof ligt, kan dat een uitnodiging zijn om een plekje te zoeken om rust te vinden. Dit geldt ook voor een kruisweg die buiten is geplaatst, of een zogenaamde Lourdesgrot en een processiepark. Mensen willen (weer) bidden. Kerken zijn ervoor gemaakt. Probeer in uw kerk hiervoor een eigentijdse voorziening te bieden.

Welkom en gastvrijheid

Vanouds is het ideaal van de parochie bij te dragen aan de zorg voor het sociaal klimaat in een dorp of wijk. Tegenwoordig noemen we dat een missionaire opdracht van de kerk: open staan voor mensen zoals zij zijn, ze ontvangen met hun zorgen en verdriet of enthousiasme. Even een warme plek bieden, om op adem te komen, om te schuilen voor de regen, even te zitten. Een plek bieden om te praten, waar een luisterend oor is, misschien een kop thee of koffie. Een plek waar mensen -voor niets - elkaar kunnen ontmoeten. Het openstellen van het gebouw is een teken van gastvrijheid. Deze gastvrijheid lijkt op huiselijke gemoedelijkheid. Kom erin, wees welkom. Maar tegelijk gaat hij deze te boven: je bent niet alleen gastvrouw of gastheer namens de parochie, maar namens de Heer van het huis. Dat vraagt nog iets meer van je geduld, je vertrouwen, je naastenliefde. Sommigen hebben die van nature, anderen kunnen best wat hulp en oefening gebruiken. Soms moet je ‘pastoraal’ luisteren naar mensen. Misschien verwijzen naar hulpverlening. Ook daarvoor moet je goed toegerust zijn. Maar meestal betekent de gastvrije kerk: veel leven in de brouwerij! Leveranciers, vrijwilligers, pastores, passanten, allerlei mensen waaien in en uit. Het is de gastvrouw of gastheer die de sfeer zodanig bewaart, dat mensen blijven voelen: we zijn hier te gast in een kerk. Hier wordt een ideaal gekoesterd. Ik word met respect behandeld, en toon zelf ook respect. Muziek kan een belangrijke rol spelen bij het gastvrij maken van kerken. De kerk zou een plek kunnen zijn waar door de dag heen af en toe muziek gespeeld zou kunnen worden. Op bepaalde momenten zou je via de geluidsinstallatie meditatieve muziek kunnen laten horen. Hierin kun je goed aansluiten bij de liturgische tijd van het jaar. Ook een studerende organist, die zich bewust is van wat hij of zij aan het doen is, kan sfeerbepalend zijn in de kerkruimte. Denk tenslotte aan een repetitie van het koor waarbij de kerk open is en iedereen welkom. Een goede mogelijkheid om mensen iets te laten voelen van de ruimte en de sfeer in de kerk. In het kerkgebouw kun je een religiosa-winkeltje inrichten waar een assortiment boekjes en boeken, souvenirs en devotie-artikelen, kunstnijverheid of solidariteitsproducten wordt aangeboden. Of je er nu bidt of je boterhammen eet; een kaars opsteekt of het glas heft in verbondenheid: blije mensen maken een gastvrije kerk en dwingen respect af voor het geloof, het gezamenlijk gedragen ideaal.

Kunstzin en educ

Een gebouw vertelt met zijn stijl, inrichting en voorwerpen een verhaal.. Een kerkgebouw dat open is, nodigt uit tot bezichtiging, tot kijken en ervaren. Het laat ook iets zien van een gemeenschap van mensen die trots is op wat er in het verleden is opgebouwd en doorgegeven. De eventuele monumentenstatus, die door de overheid is verleend, kan de cultuurhistorische waarde van het gebouw onderstrepen. Goed beschouwd biedt het gebouw een vorm van geloofs-educatie. Het maakt een vorm van catechese mogelijk die al in vroeger tijden werd toegepast. Mensen die niet konden lezen en schrijven, lazen de grote verhalen af van schilderijen, van beeldhouwwerk en houtsnijwerk, in vensters en beelden. De rijke beeldcultuur die toen de catechese ondersteunde, werkt in onze dagen nog even goed. Een onopvallend aanwezige kerkwacht kan een goede gids zijn. Het is in elk geval aan te bevelen om achterin de kerk folders of brochures neer te leggen waarin iets over de geschiedenis van het gebouw geschreven staat en waarin op de bedoeling ervan wordt ingegaan. Er kan informatie in staan over de stijl, de vorm, de decoratie van de ruimte en de voorwerpen en meubelstukken. Houd daarbij voor ogen dat u de bezoeker iets wilt laten beleven. Een bijbelcitaat of gebed kan beter zijn dan bijvoorbeeld een lijst van opeenvolgende verbouwingen. Kruiswegstaties en heiligenbeelden zijn goede aanleidingen om op devotionele aspecten in te gaan. Er zouden er ook boekjes kunnen liggen met meditatieve teksten die mensen kunnen overwegen in een hoekje van de kerk. Je kunt daarbij onder andere denken aan de jaarlijkse kleine boekjes van de actie Kerkbalans, de missionaire, bijbel-, oecumene- en vredesorganisaties. Zeker de oudere kerkgebouwen in ons bisdom zullen liturgische en devotionele voorwerpen in hun bezit hebben die de moeite van het tentoonstellen waard zijn. Je kunt daarbij denken aan vaatwerk, kleding, liturgische boeken en boeken uit het archief van de parochie, vaandels en alles wat er op en rond altaren, biechtstoelen, aan de muren, in de sacristie, op en rond het kerkhof gebruikt werd en wellicht nog steeds wordt. De organisatie van dit soort tentoonstellen van voorwerpen is een heel werk. Er komt veel bij kijken: kennis van zaken, verzekering en beveiliging, creativiteit. Het bouwbureau van het aartsbisdom en de Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland (SKKN) kunnen hierin adviseren. Zij kunnen bemiddelen bij het zoeken naar bestaande kunstwerken of u helpen in contact te komen met kunstenaars. Zo kan de collectieve herinnering van een parochiegemeenschap bewaard blijven.

Evenementen en verhuur

Breedte en hoogte, akoestiek en zitplaatsen: een kerkgebouw is gemaakt voor grote aantallen aandachtig publiek. Veel kerken kunnen dan ook zonder bezwaar worden gebruikt als gehoorzaal voor concertmuziek - waarbij religieuze muziek natuurlijk een streepje voor heeft. Het geven van concerten in een uiterst eenvoudige en pretentieloze vorm is ook een mogelijkheid om de kerkruimte uitnodigend te laten zijn voor mensen die normaal gesproken niet over de drempel komen. Hier kan een rol worden toegedacht aan de diocesane Gregoriusvereniging die sturend en dienstverlenend zou kunnen helpen. De kerkruimte leent zich ook voor literatuur- of poëziemiddagen, voor culturele filmavonden en voor de expositie van werk van lokale beroepskunstenaars, amateurkunstenaars of schoolkinderen. Misschien kunnen er cursussen worden gegeven. In het verlengde daarvan is het denkbaar dat de kerkruimte gebruikt wordt als aula, dat wil zeggen een zaal voor een groot gehoor bij bijeenkomsten die, hoewel zij een maatschappelijk karakter kunnen dragen, goed in het gebouw kunnen passen. Denk aan bijvoorbeeld de herdenking van de capitulatie op 4 mei, die in Wageningen elk jaar in de H. Johannes Geboorte/Verrijzenis des Heren kerk plaatsvindt. Maar denk ook aan een conferentie met debat. Het tweede Vaticaans concilie met zijn honderden deelnemers vond plaats in een kerk: de Sint Pieter in Rome. Als regel geldt dat de bijeenkomst niet strijdig mag zijn met de waardigheid van het gebouw. Een breder en multifunctioneel gebruik van het kerkgebouw betekent dat de hele gemeenschap zich bij het gebouw betrokken voelt, dat het gebouw regelmatig positief in het nieuws komt en dat de kosten daardoor beter beheersbaar blijven. Een kerk die een open kerk wil zijn, moet zijn drempel verlagen, zijn gezicht laten zien, een aantrekkelijk programma bieden. Je kunt denken aan bepaalde acties: een keer per jaar uitdrukkelijk aandacht besteden aan ‘kerk en kunst’; bij gelegenheid van een kerkelijk feest een concert van liturgische muziek organiseren; op de open-monumentendag de kerk uitdrukkelijk presenteren; een kerkenpadroute organiseren voor fietsers en wandelaars; een torenbeklimming organiseren. Een opmerkelijk initiatief is genomen door enkele samenwerkende organisaties rond ‘erfgoedbeheer’, onder auspiciën van de stichting Nationaal Contact Monumenten (NCM). Kerken kunnen als erfgoedinstelling scholen uitnodigen hun (oude) gebouwen te bezoeken om zo leerlingen vertrouwd te maken met elementen vanuit hun traditie. Deze bezoeken kunnen plaatsvinden in het kader van het onderwijs in culturele en kunstzinnige vorming op school. De diocesane pastorale dienstverlening (DPD) is gaarne bereid te bemiddelen.

Onderdak en samenwerking

U hebt ruimte over in uw grote gebouw. Andere instellingen in uw woonplaats komen ruimte te kort. Misschien is de tijd rijp om elkaar op te zoeken en te praten over samenwerking. De kerk kan onderdak bieden aan bijeenkomsten over lokale onderwerpen, als ‘overdekt dorpsplein’. Overigens: de burgerlijke gemeente heeft nog steeds een oogje op de kerk, net als vroeger: in de gemeentelijke voorzieningen met betrekking tot rampen is er voor het kerkgebouw een plaats ingeruimd als de eerste plek van noodzakelijke opvang. Het markante kerkgebouw kan mede een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn voor een VVV-kantoor, of voor een pinautomaat. Het kan repetitieruimte bieden aan een muziekvereniging, of kantoorruimte aan een zorgverlenende instantie. In deze tijd van bundeling van krachten hebben beide partijen veel te winnen bij een zakelijke samenwerking. Maar ook uw eigen parochiële organisatie kan gebruik maken van de overvloedige ruimte in de kerk. Zo slaat u twee vliegen in een klap: het parochieel bureau is centraal gehuisvest er is overdag vanzelf toezicht in het gebouw. In veel kerken is ruimte gemaakt voor het opbaren van een overledene. Soms is er een apart mortuarium in of naast het gebouw. Dit biedt mogelijkheden om de belangrijkste momenten van ons leven, geboren worden, huwen en sterven, niet alleen een privé-aangelegenheid te laten zijn van een familie, maar ook onderdeel van het leven binnen de parochiegemeenschap. In de brochure ‘Rondom het sterven van een christen’ vindt u handreikingen.

"Ja maar..." de bezwaren en voorwaarden

Enkele aspecten vragen om aandacht bij het overdag openstellen van kerkgebouwen. Deze aspecten zijn verschillend van aard en het ene legt een groter gewicht in de schaal dan het andere. Veiligheid is het allereerste aspect, zowel de objectieve als de gevoelsmatige veiligheid van de dienstdoende vrijwillig(st)ers en gasten. Het werk van gastvrouw of gastheer moet in een ontspannen sfeer kunnen plaatsvinden. Het verdient aanbeveling dit werk met zijn tweeën te doen. Dit is gezelliger en voorkomt dat iemand zich verloren en onveilig voelt in de grote kerk. Er moeten afspraken zijn over het omgaan met mogelijk problematische bezoekers. Daarbij kan contact met en advies van de wijkagent en hulpverlenende instanties vooraf goede diensten bewijzen. Ook in de veiligheid van gebouw en voorwerpen moet voorzien zijn. Waar moet u bij openstellen nog meer aandenken? Er kan voor gekozen worden om niet de gehele kerk, maar een gedeelte ervan overdag open te stellen. In dat geval moet het overige deel worden afgesloten. Dit vraagt om technische aanpassingen waarbij je moet denken aan afsluiting door middel van een glazen wand of een (smeed)ijzeren hek. Zowel bij de openstelling van het hele kerkgebouw als bij een gedeelte ervan zullen per geval voorzieningen moeten worden getroffen met het oog op verzekeringen. Hierin kunnen en willen het Bouwbureau en de Liturgische bouw- en adviescommissie van ons aartsbisdom een adviserende rol spelen. Daarnaast zal er inzet nodig zijn van mensen die als gastvrouw en gastheer willen functioneren. Deze vrijwilligers zullen toegerust moeten zijn om bezoekers de weg te kunnen wijzen in alle betekenissen van het woord. Zij ontvangen mensen, houden toezicht, geven uitleg, verwijzen door. Ze zijn herkenbaar aanwezig door het dragen van bijvoorbeeld een naamplaatje. Het kan nodig zijn dat deze vrijwilligers enige oefening hebben opgedaan in het omgaan met mensen die zich anders gedragen dan van hen wordt verwacht. De dekenaten van ons bisdom zijn bereid voor dit alles ontmoetings- en trainingsbijeenkomsten te organiseren. Toegankelijkheid ook voor minder validen is een belangrijk aandachtspunt. Voorts wijzen wij op het praktische aspect van de energie die nodig is om de ruimte die overdag open is te verwarmen en te verlichten. Dit kost geld. Daarom is het nodig te zoeken naar energiebesparende middelen die kosten drukken. Ook hierbij biedt het Bouwbureau graag zijn diensten aan. Zoals u ziet zijn de voorwaarden voor openstelling van de kerk vooral van organisatorische en technische aard. Het kerkelijke recht werpt geen daarvoor belemmeringen op.

"O ja!" de inspirerende voorbeelden

Soms maken parochie-besturen een dag vrij om enkele plaatsen te bezoeken die een inspirerend voorbeeld bieden van creatief omgaan met het kerkgebouw. Hieronder vindt u een lijst van locaties in ons bisdom waar interessante experimenten te zien zijn. Bij wijze van voorbeeld. Processiepark: Gerardus Majella parochie, Hoofdstraat 78 7586 BV Overdinkel Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand, Nieuw Wehlseweg 16, 7031 HW Wehl H. Cornelius, Butzelaarstraat 24, 8105 AR Luttenberg H. Pancratius,Kerklaan 5, 7679 VG Langeveen Multifunctionele kerkruimte in bestaande kerkgebouwen: H. Geest, Mozartweg 54, 3816 LT Amersfoort H. Henricus, M. Withoosstraat 48,3814 PL Amersfoort H. Helena, Dijkstraat 13, 7121 ES Aalten H. Mauritius, Prins Bernhardstraat 4, 7064 GG Silvolde H. Martinus,Juliana van Stolberglaan 1, 6980 AB Doesburg H. Monica - H. Nicolaas, Boerhaveplein 199, 3552 CT Utrecht H. Hart, Hogelandsesingel 39, 7512 GB Enschede H. Geest, H. Geeststeeg 1,8325 BG Vollenhove Nieuwe kerkgebouwen: Z. Titus Brandsma, Titus Brandsmaplein 2, 7423 EM Deventer H. Ludgerus, Ludgerusplein 2, 8251 GA Dronten H. Jozef, Ministerlaan 203, 8014 XE Zwolle Oecumenische Geloofsgemeenschap Het Brandpunt, Laan naar Emiclaer 101,3823 EG Amersfoort-Kattenbroek (parochie H. Martinus, Hoogland) Moeder Teresa, Meijersweg 10, 7553 AZ Hengelo Rectoraat R.K. Gemeenschap de Huet, De Bongerd 4, 7006 NJ Doetinchem Mortuarium bij of in de kerk: H. Donatus, Markt 7, 6681 AE Bemmel H.H. Simon en Judas, Kerkstraat 94, 7667 PZ Reutum H. Nicolaas,St. Nicolaaslaan 1, 3984 JA Odijk Onze Lieve Vrouw Tenhemelopneming,Postbus 12, 7156 ZG Beltrum Namen en adressen van instanties op welke een beroep gedaan kan worden: Dienst Bouwzaken van het Aartsbisdom Utrecht en Liturgische Bouw- en Adviescommissie,Amersfoortseweg 103705 GJ Zeist, telefoon 030-6931104 e-mail bouwburo@aartsbisdom.nl Het Aartsbisschoppelijk Museum (ABM) Dit museum heeft zijn collectie in bruikleen gegeven aan de Stichting het Catharijneconvent. Het fungeert als doorgeefluik van kunst en legaten vanuit het aartsbisdom naar het Catharijneconvent. Secretariaat: drs. P.C.J.M. van Zoest, Mariaplaats 33-G3511 LL Utrechttelefoon/fax 030-2369149, e-mail info@aartsbisschoppelijkmuseum.nl website www.aartsbisschoppelijk museum.nl Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland (SKKN) Mariahoek 16-017,3511 LG Utrecht, telefoon 030-2340742, e-mail info@skkn.nl Nationaal Contact Monumenten (NCM), Stichting Nationaal Contact Monumenten, Herengracht 474, 1017 CA Amsterdam Verzekeringsmaatschappij Donatus, Postbus 500, 5240 AM Rosmalen, telefoon 073-5221700, www.donatus.nl Diocesane Pastorale Dienstverlening, Amersfoortseweg 10, 3705 GJ Zeist, telefoon 030-6931434, e-mail: dpd@aartsbisdom.nl Literatuur - M. van Zanten, Gids voor Behoud en Beheer van Kerkelijk Kunstbezit. Een praktische handleiding. Uitgave van de Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland, door de Staatsdrukkerij te ’s Gravenhage, 1994. - H. Vrijdag, Kostersboek. Een wegwijzer voor kosters in de Kerk van de Romeinse ritus. Uitgave van het Centrum voor Parochiespiritualiteit te Nijmegen, 2001 (tweede druk) - Aartsbisdom Utrecht, Pastorale handreikingen: Rondom het sterven van een christen, november 2003 R.-K Kerkgenootschap: Rusten in Gewijde Aarde, juni 2003 - Aartsbisdom Utrecht, Rampenpastoraat: de rol van kerken tijdens rampen, juni 2004