Tussen Pasen en Pinksteren

Zo tussen Pasen en Pinksteren, grote feesten in onze kerk, belanden we in de meimaand. Een bijzondere maand. Voor mij, zeker buiten in de natuur, de mooiste maand van het jaar. De tijd van groei en bloei, de tijd van jonge dieren, tijd van ontluikende liefdes en vlinders in de buik. Een maand waarin van alles gebeurt. Je voelt het leven in je lijf.

Tijd van vakantie, tijd van feesten, maar ook tijd van herdenken en stilstaan bij. Daar beginnen we mee, stilstaan op 4 mei bij alle oorlog en geweld, toen en nu. Stilstaan bij verdriet en pijn van nabestaanden, van slachtoffers toen en nu. Stilstaan ook bij de droom van de bijbel, een wereld van gerechtigheid en vrede, vaak zo ver van de realiteit.

Tijd van hopen ook en van vieren van de bevrijding, vieren van onze vrijheid. Staan we daar wel genoeg bij stil? Wat betekent onze vrijheid voor ons? Tijd van dankbaarheid te mogen leven in een vrij land, waarin je mag zeggen wat je denkt en voelt. Waarin je, bijna altijd, mag zijn wie je bent.

We vieren ook moederdag in deze maand, hoewel erg commercieel geworden, toch een goede gewoonte. Een dag eigenlijk waarop je je dankbaarheid laat zien voor alle zorg en toewijding van moeders voor hun gezin. Voor velen ook de maand om de moeder van alle moeders, Maria, speciaal te gedenken. Ook in haar herkennen wij de liefde en zorg voor haar zoon en voor alle mensen.

En dan tot slot, de laatste dagen van de meimaand vieren we dit jaar Pinksteren, het feest van liefde, het feest van vuur en vlam, het feest van bevlogenheid en inspiratie. Het feest van het doordringen van het besef, dat wij na Jezus dood, degenen zijn die de liefde van God verder gestalte moeten geven en uit moeten dragen.

Feest van het besef dat wij degenen zijn die dromen waar moeten maken, die de wereld tot een leefbare wereld moeten maken voor iedereen. Daarom sluit ik af met de tekst van een lied, waarin iets van de groeikracht die ik voel in de meimaand te herkennen is.

LIED VAN DROMEN EN VERGEZICHTEN.

Wij mensen blijven dromen dromen en vergezichten zien,
een nieuwe aarde die gaat komen, te vinden al misschien.

Wij dromen van de mensenrechten die ieder mens dan heeft,
Niet langer tegen onrecht vechten, daar ”t recht van liefde heeft.

Verdwenen zijn de dictaturen, gevangenschap en pijn,
verbanning en verdriet verduren, God zelf zal bij ons zijn.

Wie in die dromen durft geloven voelt zelf verandering,
vertwijfeling en wanhoop doven in blijde aarzeling.

En licht en sterk, vol zachte krachten die onverzet”lijk zijn,
bevechten wij de kwade machten die niet te tellen zijn.

Waar mensen putten uit de bronnen van droom als werkelijkheid,
Daar is Gods toekomst al begonnen in onze levenstijd.

Henny Campschroer.