Herfst, tijd om ons leven te beschouwen

Als ik dit stukje aan het schrijven ben, is het zo”n dag waarop je heel goed merkt dat de herfst begonnen is. Een wat donkere, trieste, regenachtige morgen, waarop het lijkt alsof het licht de dag niet kan vinden. En dit is een van de eerste van die dagen, er zullen er nog wel een aantal volgen. Een dag die stemt tot nadenken, tot mijmeren.

Toen ik vanmorgen over de dijk liep was het heel erg stil en de polder lag in een sluier van motregen. De gewoonlijke zo weidse vergezichten waren verdwenen en ook daardoor neig je naar binnen. En dat niet alleen naar binnen in je huis...

Ik dacht aan de lessen die ik moest voorbereiden; levensbeschouwing, en hoe ik aan een groep nieuwe kinderen uit zou gaan leggen wat levensbeschouwing eigenlijk is. Ik had al verteld dat het woord betekent: kijken naar het leven. En dat als je dat doet, er allerlei vragen naar voren komen, levensvragen. En dat die vragen vragen om een antwoord.

De kinderen konden al rap een aantal van hun eigen vragen over het leven noemen, vragen van kinderen, maar tevens vragen van ieder mens. Ik zal een paar voorbeelden noemen: Waarom leef ik eigenlijk? Wie waren de eerste mensen? Waarom ga je dood? Waarom word je ziek? Waarom wonen we op de aarde en niet op Mars? Wat waren de eerste dieren?

En kinderen kunnen ook hun eigen antwoorden vinden. Daar praten we samen over en ik leer ze dan ook kijken naar de antwoorden van de verschillende levensbeschouwingen. Dat zet ze aan het denken en dat is precies de bedoeling.

Soms laat ik hen ook een verhaaltje schrijven als antwoord op hun eigen vraag. Hoe indrukwekkend dat soms is zal ik u laten zien met een voorbeeld. Let wel, het gaat in dit geval om een meisje van 12 jaar. Haar vragen waren: Waarom zette God ons op aarde? En wat ging er mis?

Haar verhaal:
Op een dag, boven in het wonderlijke land, dat wij allemaal hemel noemen, zat God zich te vervelen. Hij had niet lang geleden de wereld gemaakt, en het was erg leuk geweest. Maar nu hij naar de planeet keek, bedacht hij dat al de dieren helemaal niet op hem leken. Hij zette nadenkend zijn kin in zijn hand. Toen kreeg hij een idee, hij zou wezens maken die bijna, maar net niet helemaal op hem leken. Hij maakte de wezens en hield zich vooral met hun karakters bezig.

Toen hij, erg zelfvoldaan, ze op aarde zette, voelde hij dat er iets niet helmaal klopte. Zijn wezens waren briljant, slim, begaafd in tekenen, zingen, uitvinden, en alles wat je maar kunt bedenken, maar ze waren lelijk, ontzettend lelijk. Dit stond God niet aan en hij maakte ze mooier. Maar hoe mooier ze werden, hoe zwakker hun karakter werd. Dit merkte God niet. Toen hij ging slapen, werden zijn wezens steeds onaardiger, stommer en minder leergierig. Ze maakten ruzie, voerden oorlog en werden erg narcistisch.

Toen God wakker werd, zag hij dit, en maakte hun karakters beter, maar gaf hun ook slechtere kanten, zodat iedereen verschilde en iedereen anders was en beter in verschillende dingen. Hij maakte geen enkel mens perfect.

Misschien zet zo”n verhaal ons ook wel aan het denken. Nu de herfst met zijn regenachtige en mistige dagen begonnen is hebben we er ook wel wat tijd voor.
Tijd om ons leven te beschouwen.