Inleiding

De verrezen Heer heeft aan zijn leerlingen de opdracht gegeven om "alle volkeren tot leerling" te maken (zie Matteus 28, 19-20). Zo hebben wij vandaag de opdracht om te getuigen van Jezus Christus. In de afgelopen jaren moeten we constateren, dat wij in onze parochies steeds minder mensen bereiken met de verkondiging van het Evangelie. Het aantal regelmatige kerkgangers wordt steeds kleiner. En toch is het Evangelie bedoeld voor alle mensen, niet alleen voor de kerkgangers. Bovendien zien we, dat er onder al die mensen, die niet (meer) in de kerk komen veel behoefte leeft aan bezinning en gebed. Velen hebben interesse in het Evangelie, in wat er leeft in de kerk. Kortom, er zijn veel kansen om van het Evangelie te getuigen. Met Jezus mogen we zeggen: de velden staan wit van de oogst. Alleen, we hebben te weinig arbeiders voor de oogst. Het aantal vrijwilligers wordt minder en ouder en ook het aantal pastorale beroepskrachten neemt af. Bovendien voelen de meesten zich al overladen met werk. Waar haal je de tijd en de energie vandaan, om initiatieven te ondernemen gericht op die vele geïnteresseerde "buitenstaanders" Wij zoeken in drie richtingen een antwoord op deze vraag. Op de eerste plaats raden we parochies aan: vraag jezelf bij alle bestaande activiteiten af, in hoeverre het mogelijk is om ze toegankelijk en aantrekkelijk te maken voor mensen van buiten de kring van vaste kerkgangers. Vervolgens stellen we voor, om in te krimpen op tijd en menskracht bij activiteiten, waarbij we praktisch alleen de vaste kerkgangers bereiken. Dit betekent vermindering van service aan de vaste kerkgangers. Deze vermindering in kwantiteit hoeft overigens geen vermindering van kwaliteit te betekenen. Door dit inkrimpen ontstaat er bij allen tijd en ruimte, om nieuwe activiteiten te ontwikkelen voor de "buitenstaanders". Op de derde plaats stimuleren we dat de kleiner wordende groep priesters, diakens en pastoraal werk(st)ers gaan samen werken in een pastoraal team van tenminste vier fulltime personen en daarbinnen hun werk taakgericht verdelen. We hebben daarvoor vier profielen gekozen: catechese, liturgie, diaconie en gemeenschapsopbouw. En tenslotte stimuleren we ook parochies om samen te werken. Een parochie kan het niet meer op haar eentje. Alleen gezamenlijk kunnen parochies nieuwe missionaire activiteiten ontwikkelen. Zo ontstaat een netwerk van plaatselijke geloofsgemeenschappen en groepen, hecht verbonden in geloof en liefde door de ene Heer en zijn Geest, en tegelijk open naar buiten met een grote missionaire opdracht. Deze plaatselijke geloofsgemeenschappen zullen zelf medeverantwoordelijk zijn voor het pastoraat. Zij werken nauw met elkaar samen onder één bestuurlijke leiding en één pastorale leiding. In deze bijlage beperken we ons tot deze vierde richting: het samenwerken in een parochieverband. Het gaat hierbij niet om het samenwerken op zich. Als achterliggende vraag staat centraal: hoe vinden we een goede structuur van samenwerking, waarin we zo goed mogelijk antwoord kunnen geven op Jezus' roep, alle mensen tot zijn leerlingen te maken? De structuur staat dus in dienst van het doel. Dit doel moeten we telkens voor ogen houden: zelf leerling worden van Jezus door het Evangelie bron van gebed en leven te laten zijn en tevens anderen tot zijn leerlingen te maken. In dit nieuwe parochieverband zal er een eerste en blijvende aandacht moeten zijn voor de vraag: wat betekent de Blijde Boodschap van Jezus Christus voor ons en hoe kunnen we daarvan getuigen? Daarnaast is het ook van belang stil te staan bij de vraag: hoe kunnen bestuur en pastorale organisatie goed worden ingericht? Voor deze laatste vraag wordt in deze bijlage een handreiking gegeven.